vrijdag 18 april 2014

Goede vrijdag

Vrijdag
Het is vrijdag. Goede
vrijdag zeggen mijn vader en moeder.
Waarom nou goede?
Jezus gaat dood, ze hangen
hem op, de kaarsen moeten uit.

Hij staat op een plaatje,
mooie ogen. Ze kijken me steeds aan.
Niet vervelend, meer
niet-bang-zijn-in-het-donker-
het-geeft-niet-dat-je-liegt-ogen.

Morgen is het Pasen. We steken
nieuwe kaarsen aan,
dan leeft hij weer.
Goed van hem
doodgaan en toch niet.
Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben. Illustraties Merel Ecykerman. De Eenhoorn, 2012.


zondag 13 april 2014

Palmpasen

We spelen dat ik jou
als aan een boom gebonden ezel vond.
Vlug gooi je alle jassen op de grond

voor mij.
Ik ben de koning
op jouw rug.

Ik zwaai met buxustakken
op een broodhaan met
een choco-ei er aan.

Nu jij als koning!, roep ik,
ik wil ezel zijn! Mijn kont
lijkt wel van hout, je harde rug doet pijn.

De ezel bukt, bijt in mijn dij.
We ruilend gieren om
en nemen nog een ei.
Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben. Illustraties Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.

woensdag 9 april 2014

Een kus

'Zal ik je eens een levensgevaarlijke kus geven?'
Ze ging op haar tenen staan, legde haar hand in mijn nek
en gaf mij een levensgevaarlijke kus,
zo'n kus die aan een zijden draadje hangt
en heen en weer zwiept, om zijn as tolt en wegschiet -

ik kon hem niet tegenhouden, ik riep, zwaaide met mijn armen,
holde hem achterna -

zo'n kus die zich omdraait
en aanlegt, iets hoger, iets lager,
zo'n dodelijke kus.
Toon Tellegen. Uit: Zoen me tot ik spin. Ill. Wolf Erlbruch. Querido, 2011.
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 7 april 2014

Réveil des oiseaux: in memoriam Erik Menkveld

Réveil des oiseaux (Messiaen)
Luchters doven. Lente. Middernacht.
Drie nachtegalen gaan er flink op los,
steenuil en draaihals roepen zacht.

Witkeel en hop wekken de lijster
in het hout en op trompet. Strijkers
zetten aan: het eerste licht. Een Dageraad
die welke ochtend ook misstaan zou
als een boerenmeid een waaier
begint te gloren in de zaal.

Dan vangt een verpletterend
Krieken aan - roodborst, merel,
koekoek samen door één snavel.

Opperste vervoering door de rijen
watergolf en bont. Abonnementhouders
klimmen op hun stoelen. Kledingstukken
en programmaboekjes vliegen in het rond.
Het frontbalkon gaat het begeven.

De Steinway getranssubstantieerd
tot een jacquetbestaarte Pelikaan
verheft zijn lijfje krachtig van de aarde.
Erik Menkveld. Uit: De karpersimulator. De Bezige Bij, 1997. 

donderdag 3 april 2014

Lente

In de winter is slapen kinderspel,
in de lente kun je het gewoon vergeten.

De dagen worden nu geweven van een lichtere
stof, en ik duw opnieuw tere zinnen
in de vier hoeken van de aarde.

Spreek nu opnieuw de dagen aan
bij hun voornaam, herken
de zondag aan zijn stralend nietsdoen.

Aan alle moeders schenk ik een zondagskind,
kleef met één zaaigebaar alle versnipperde
liefdesbrieven tot een wenkende landkaart.

Wie zijn mond spoelt met verse lentezon,
vindt meteen woorden die uit zingen gaan.
Daniel Billiet. Uit: Wat van de liefde niet gezegd kan worden. Ill. Heide Boonen. Clavis, 2006.

maandag 31 maart 2014

Paltrok en Kamizool

Toen de wereld krapper werd,
kwam men elkaar vaker tegen.

Van eerst verlegen kijken
kwam wijzen, meten
en vergelijken.

Geen navel was even diep,
geen twee tenen ter wereld
precies even groot.

Alle dieren bloosden
hun wangen en billen rood.

Niemand had het ooit gemerkt,
maar iedereen bleek bloot.

Over het vel
van elk geraamte
bouwde men een huis
van schaamte.

De een kreeg een vacht,
de ander veren.

En twee van alle dieren
kregen kleren.
Jaap Robben. Uit: Als iemand ooit mijn botjes vindt. Ill. Benjamin Leroy. De Geus, 2012.
Deze bundel is genomineerd voor de Kinderpoëzieprijs 2014, een nieuwe Belgische poëzieprijs die op 14 mei wordt uitgereikt. De andere genomineerden zijn Ted van Lieshout met 'Ik ben bijzonder, misschien ben ik een wonder', Bette Westera met 'Aan de kant, ik ben je oma niet' en Edward van de Vendel met zelfs twee titels: 'Ik juich voor jou' en 'Mijn fijne geluidenboekje': Kinderpoëzieprijs 2014

donderdag 27 maart 2014

Als de boer de staldeur opent

Als de boer de staldeur opent
en de koeien loslaat in de wei,
hoor je alle koeien loeien:
Dames, dames, we zijn vrij.

Als de boer de staldeur opent
en de koeien loslaat in de wei,
hoor je alle koeien loeien:
De winter is nu echt voorbij.

Kijk ze springen, kijk ze stoeien,
hoor ze lenteliedjes loeien
van je oote, boote, boe!

Kijk ze zwieren, kijk ze zwaaien,
kijk ze verse vlaaien draaien
van je oote, boote, boe!

En de boer,
wat zegt de boer,
wat zegt de boer bij het hek?
Wat zijn mijn koeien
wat zijn mijn koeien,
wat zijn mijn koeien lekker gek.
Koos Meinderts. Uit: De liedjesalmanak, lente & zomer. Ill. Annette Fienieg, Rubinstein, 2014.

dinsdag 25 maart 2014

Doodgaan?? Nooit van gehoord!

Doodgaan?? Nooit van gehoord!

Maar op een avond, onder een lantaarn, vond ik een gedicht over doodgaan.
Het was verregend en bijna onleesbaar,
maar alles stond erin.
Ik leerde het uit mijn hoofd en dacht:
zou er ook zo'n gedicht, zo'n verregend, bijna onleesbaar gedicht,
over de liefde zijn, met alles over de liefde,
en zou ik dat ook uit mijn hoofd moeten leren?
Toon Tellegen. Uit: Over liefde en over niets anders. Querido, 1999. 
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 24 maart 2014

Wereldbol

Iedereen gaat dood. Wij allemaal.
Papa, mama, mijn vriendin,
mijn broertje, zusje, onze poezen en de koningin.

Ze leven nu nog, in de lucht
drijven gewone wolken. Niet hun gezichten
met berichten in een vreemde taal.

De wereldbol is vol
met iedereen van wie ik hou en die ik ken.
Ze zijn gewoon waar ik nu ben.

Alleen wil ik soms weten hoe het is
als op een dag het leeg geworden is
van alle mensen die ik mis

en of ik daar aan wen.
Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben. Gedichten voor kinderen en anderen. Ill. Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.

vrijdag 21 maart 2014

Gele dingendag

Het is vandaag heel officieel
de dag van gele dingen.

Het startsignaal was
gisteren op het jeugdjournaal.

Met schuiftrompetten, vlindernetten,
zonnebloem en bijgezoem.

Trompetvissen, natuurlijk narcissen,
veel jonge eendjes, een kanariepiet.

De volle maan, een gele appel,
een banaan en brood met omelet.

Ik wil vanavond friet
met mayonaise en kroket.
Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben. Ill. Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.