vrijdag 20 februari 2015

Er was eens een prins en die wou een prinses

De keizer was een ijdeltuit,
hij gaf alleen om kleren.
En als hij voor de spiegel stond,
dan draaide hij daar uren rond
en dacht niet aan regeren.
't Was winkel in en winkel uit
en nieuwe jassen passen,
een smokinghemd, een harembroek
en laarzen en een omslagdoek
en twintig zijden dassen.
Hij liep er als een haantje bij...
en niemand die er wat van zei.

Toen meldden zich bij het paleis
twee hele vreemde heren.
Die deugden voor geen sikkepit,
maar ja, hun boord was hagelwit...
het leken wel meneren.
Zij stelden zich als wevers voor
van wonderbare stoffen:
de kleur uniek en het patroon
niet zomaar wat, niet doodgewoon,
maar echt onovertroffen.
Daarbij bezat ook elke lap
een heel speciale eigenschap.

Wie dom was kon de stof niet zien...
dat was het wonderbare.
En wie niet deugde voor zijn werk,
lakei, minister, kok of klerk,
stond óók vergeefs te staren.
De keizer dacht: 'Da's twee in één!
Ik krijg weer nieuwe kleren,
terwijl meteen die wonderstof
mij toont wie dom zijn aan het hof
en wie d'r niks presteren!
Hij zei dus: 'Heren, aan de slag
en het moet klaar vóór Keizersdag.'
...
Meteen ging 't in de massa rond:
'De keizer draagt geen kleren!'
De lijfwacht zei met strakke mond:
'Naar huis, kijk enkel naar de grond,
en niet op reageren.'
Maar nee, de keizer hief zijn hoofd
en bleef de mensen groeten...
gekleed in slechts de keizerskroon.
Hij dacht: 't Is mijn verdiende loon -
en liep de hele route.

En zijn lakei liep in de pas
en droeg zijn sleep, die er niet was.
Martine Bijl. Uit: Er was eens een prins en die wou een prinses. Illustraties Noëlle Smit. Gottmer, 2011.
Het lelijke eendje, De prinses op de erwt, De wolf en de zeven geitjes, De nachtegaal, de gouden bal, De nieuwe kleren van de keizer en De gelaarsde kat: zeven klassieke sprookjes op rijm gezet door Martine Bijl en getekend door Noëlle Smit.
Stevig prentenboek dat lekker in de hand ligt. De soepele, jambisch eindrijmen zijn taalvaardig  maar nergens opvallend. Af en toe zit er een leuke grap in de tekst verstopt, zoals hierboven over de meneren met witte boorden.
Idem voor de tekeningen, sprookjesachtig, sfeervol, een tikje middle of the road.

Leuk om voor te lezen of om je te laten voorlezen door Martine Bijl herself: 'De nieuwe kleren van de keizer' en 'De prinses op de erwt' voorgelezen.


zaterdag 14 februari 2015

Valentijnsdag

Hoor je je
'Verdraag' zei je, 'mijn hoofd tegen je aan
en zing of praat dan luister ik aan je botten

hoe jij je stem hoort want ik hoor je stem door de lucht
tegen mijn trommelvlies maar jij hoort hem op je botten.'

Dus ik zong Berend Botje en je hoofd
lag op mijn rug, 'het is waar' zei je. 'Hij kaatst terug.'
Eva Gerlach. Uit: Oog in oog in oog in oog. Querido, 2001.

maandag 9 februari 2015

Zo mooi anders. Een gedichtenprentenboek

Koppig
-En, wat zien we?
-Een konijn natuurlijk!
-Een konijn. En?
-En? Ik zie een konijn.
-En tegelijkertijd een...?
-Konijn zeg ik toch!
-Eend.
-Eend?
-Oren snavel zie je wel?
-Ik zie alleen een konijn.
-En een eend.
-Een konijn!
-Eend!
-Konijn!
-Konijn konijn konijn!
Mustafa Stitou. Illustratie Martijn van der Linden. Uit: Zo mooi anders. Een gedichtenprentenboek. Lemniscaat, 2015. 
Goed idee: een gedichtenprentenboek op groot formaat, waarin illustratoren van naam en faam hun lievelingsgedicht voorzien van beeld.  Zo tekent Marijke ten Cate de wind uit een gedicht van Wim Hofman, maakt Linde Faas een melancholische plaat bij 'Kom terug' van Toon Tellegen, voorziet Georgien Overwater 'De sprookjesschrijver' van Annie M.G. Schmidt van een nieuwe jas en schept Martijn van der Linden een nieuw beest bij bovengenoemd gedicht van Mustafa Stitou. Sommige tekeningen zijn geslaagder dan andere. Bart Moeyaerts 'Siberie' roept bij mij warmere en vrolijker beelden op dan de dramatische pluizenstorm die Ingrid Schubert er van maakt, maar daar staat Sanne te Loos ingetogen doch absoluut geweldige plaat bij Hans Hagens 'Verf, steen of klei' tegenover.
Mijn favoriet is Dieter Schuberts Blauwbilgorgel, die er nooit meer anders uit zal zien dan als deze dikbillige, bolwangige  vrolijkerd met trompetjes op zijn hoofd. 
Jammer van de wat nietszeggende titel en het saaie omslag. Maar dat is dan ook het enige aan dit boek dat jammer is.

dinsdag 3 februari 2015

Aan tafel

Vragen wij vandaag aandacht voor de lucht
Zie haar trillen!
Kijk hier buigt zij rond de schoorsteen!
Hier wordt zij uitgespuugd!
Kijk hier raakt zij te water!
Vliegt zij over een ijsschots!
en rent door de huizen!
De lucht gaat in het schaap!
De lucht gaat in de bever!

Hier verdwijnt lucht in het toetje!
Kijk die vla haar vasthouden!
Die moet!
Die moet in een kind terechtkomen!

En jawel we tellen af!
Drie!
De lepel wordt opgeheven!
Twee!
Het vliegtuig vliegt al aan!
Een!
De lucht gaat in het kind
Marije Langelaar. Uit: De rivier als vlakte. De Arbeiderspers, 2003.

donderdag 29 januari 2015

Fietsje Gedichtendag 2015

Ik werd geboren
met een fietsje aan me vast.
Heel ongemakkelijk was dat.

De stang zat scheef, het zadel plakte
en mijn moeder gilde:
Hé, wat moet dat fietsje daar?

De doktoren fronsten,
de verpleegsters lachten,
maar mijn vader suste, kuste: stil maar,

tilde me met heel het roodgelakte
ding zo uit mijn moeder waar ik al drie nachten
in had rondgereden, vaak was uitgegleden.

Ik ben een hele goede fietser.
Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben. Tekeningen Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012. 

woensdag 28 januari 2015

Boer Boris gaat naar zee Nationale Voorleesdagen

Boer Boris heeft vakantie.
Boer Boris gaat naar zee.
Hij pakt zijn kleine koffertje.
Wat neemt Boer Boris mee?
Ted van Lieshout. Tekeningen Philip Hofman. Gottmer, 2015

maandag 26 januari 2015

Zo zijn ouders

Het lijkt soms of je ouders iedere dag
alleen maar zeggen wat je moet doen of niet mag.

POETS JE TANDEN! ZEG DANKJEWEL. LOOP DOOR! RUIM OP!
Niet meer snoepen! Was je handen! Eet je erwten!

Doe dit, doe dat, iedere keer,
het is stomvervelend - maar je ouders doen MEER...

Ouders kunnen goed dingen maken:
rails, knuffels, knieën en andere zaken.

Op ouders kun je zandkastelen bouwen
en ze helpen ook om je warm te houden.

Ouders zijn stoelen waarop je kunt springen
en vuilnisbakken voor vieze dingen.

Ouders kunnen goed tenten bouwen,
een paard zijn
of als ezel sjouwen
...
Peter Bently. Uit: Zo zijn ouders. Illustraties Sara Ogilvie. Oorspr. Meet the parents, vertaald door Jesse Goossens. Lemniscaat, 2015.
Kinderen zullen er van opkijken wat ouders allemaal voor hen doen. Ook bij ouders zelf gaan de schellen van de ogen vallen. Vandaag verschijnt dit grappige prentenboek waar moderne ouders zich moeiteloos in zullen herkennen. 
Het echte verhaal wordt in de mooie, losse, tekeningen verteld: een moeder die loopt te sjouwen met boodschappentassen, kind, knuffel en step; een vader waar je in kunt klimmen, ouders die je bloementekening droog föhnen als je per ongeluk de bloemen daarop water hebt gegeven of een chique mevrouw kalmeren als jij je ijsje op haar dure laarzen hebt laten vallen.
Spannend en terecht dat er meerdere kleurtjes ouders zijn uit verschillende milieus. Klein kritiekpuntje: vaders doen ook boodschappen en plakken pleisters, moeders stoeien ook.

Leeftijd: 3+.

maandag 19 januari 2015

Schop

Voetballen
met mijn kleine zusje,
weet je hoe dat gaat?
Ik leg de bal
vlak voor haar voet
en doe dan voor
hoe het moet.
 - Dan schopt ze
soms de lucht,
soms de straat
maar óók soms de bal.
Mijn kleine zusje...
Ze leert het al!
Theo Olthuis. Uit: Hoera, ik ben weer wakker. Illustraties Charlotte Dematons. Holland, 2011.

maandag 12 januari 2015

Ode aan een ster

Zwart was de nacht.
Op straat
gleed ik uit
met de gestolen ster in mijn broekzak.
...
Ik stopte haar
bang
onder mijn bed.
Niemand mocht haar vinden.
Maar haar licht
doorpriemde
eerst
de wollen matras
en daarna
het dak van mijn  huis.
...
Pablo Neruda. Vertaling Bart Vonck. Illustraties Elena Odriozola. De Eenhoorn, 2014. 

donderdag 8 januari 2015

De vogel Nebukàtnezar

De vogel Nebukàtnezar
Woont heel ver weg in Zanzibar.
Hij zit al jaren op zijn nest
En doet verschrikkelijk zijn best
Te zingen als de Madrigaal,
Maar ach, zijn keel is veel te schraal.

De vogel Madrigaal schrijft echter
Steeds brieven naar de vogelrechter,
Want hij is boos om dat gezang
En eigenlijk een beetje bang,
Dat vogel Nebukàtnezar
De beste wordt van Zanzibar.

De rechter heeft nu zonder schromen
Spontaan een wijs besluit genomen,
en heeft een order uitgevaardigd,
Dat ieder die zich nog verwaardigt
Te zingen, daar in Zanzibar,
Wordt opgesmuld met huid en haar.

Dus zwijgen nu in Zanzibar
De vogel Nebukàtnezar
En ook de vogel Madrigaal
En àlle vogels, allemaal.
Ze zwijgen, wat des rechters wil is,
zodat het daar ontzettend stil is.
Chris Scheffer. In: Er staat een taart in lichterlaaie. Samenstelling Jan van Coillie, ill. Harmen van Straaten. Maretak/Davidsfonds Infodok, 2004.