woensdag 17 december 2014

de dingen denken

de klok is laat, het licht is groen, de bel doet ring.
wat moet ik van de dingen denken, want de dingen
denken, denk ik. soms zijn ze schoon zoals de vaat
of mijn paar handen en mijn broertjes kamer maar
als bijvoorbeeld oma komt dan noemt ze iets geweldig
nee reusachtig mooi, zelfs als het niet gewassen is
of pasgeschilderd, of boordevol is als de wereld of
de plek onder mijn bed. vanbinnen in mijn hoofd
gaat het zo zingen, want wat willen de dingen?
Bart Moeyaert. Uit: Jij en ik en alle andere kinderen. De verzamelde vehalen en kindergedichten. Querido, 2013.
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 15 december 2014

Gaatjes

tanden poetsen
met een lollie
en tandpasta
van hopjesvla

uit de douche
komt limonade
en de zeep
dat is een reep

met chocomel
was ik mijn haar
even soppen
en weer klaar

zo krijg ik gaatjes
in mijn tanden
in mijn hoofd
en in mijn handen.
Hans en Monique Hagen. Uit: Lichtjes in je ogen. Tekeningen Marit Törnqvist. Querido, 2014.
Een banaanmaan, groot groeien, moeilijke olifanten uit papier knippen, voor de eerste keer logeren, buikpijn: heerlijk heldere, korte gedichten over wat je als kind allemaal tegenkomt op een dag. Danstaal, kinderlogica, grappige zwart-wittekeningen, fijn boek om voor het slapen te lezen met peuters en kleuters.
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 8 december 2014

Doodgewoon over de dood

Ik mis je achter op de fiets,
ik mis je in de trein.
Ik mis je bij de H&M
en bij de Albert Heijn.

Ik mis je onder rekenen,
ik mis je onder lezen.
Ik mis je in de winter,
bij het voeren van de mezen.

Ik mis je als ik jarig ben
en als de oma's komen.
Ik mis je als ik wakker lig,
ik mis je in mijn dromen.

Ik mis je zonder woorden,
elke dag en elke nacht.
Ik mis je als ik grapjes maak
en niemand om me lacht.

Ik mis je in de kamer,
als ik naar je foto kijk.
Ik mis je als we - ik en papa -
fietsen op de dijk.

Ik mis je op vakantie,
in ons huisje op de hei
en als we door de regen lopen
zonder jou erbij.

Ik mis je elke dag opnieuw
wanneer ik wakker word.
Ik mis je schoenen in de gang,
je beker naast je bord.

Ik mis jouw tandenborstel
naast de mijne in het glas.
Ik mis je voeten op de trap.
Ik mis je blauwe jas.

Ik mis jouw kleren in de kast,
je broeken en je truien.
Ik mis je geur, ik mis je stem,
ik mis je boze buien.

Ik mis je bij je graf
als ik je naam zie op de steen.
Ik mis je als ik samen ben
met papa, en alleen.

Ik mis je als ik ijsjes eet,
en appels en bananen.
Ik mis je als ik huilen moet,
ik mis je zonder tranen.

Ik mis je als je jarig was
en iedereen er is.
Ik mis je als ik eventjes
niet merk dat ik je mis.

Ik mis je als ik keelpijn heb,
ik mis je als ik val.
Ik mis je nergens echt het ergst,
maar altijd overal.
Bette Westera. Uit: Doodgewoon. Illustraties Sylvia Weve. Gottmer, 2014.
Dichters grossieren in gedichten over de dood. Maar over die onontkoombare gast schrijven zoals Bette Westera in dit boek doet is weinigen gegeven.
Onopgesmukt, treffend en onomwonden, nergens kinderachtig, lichtvoetig zoals in het slotvers 'Hier lig ik dan/begraven in een grazig stukje groen/en denk wat ik al eerder dacht:/de dood is goed te doen', maar in andere verzen zoals hierboven knijpt het door.
Westera gaat niets uit de weg, ook een ongemakkelijk onderwerp als zelfdoding niet, en doet dat met fijnzinnige precisie: 'Ze kon niet meer ontvangen/wat wij haar wilden geven/Ze trok de stoute schoenen aan/en stapte uit het leven.'
Er is een te vroeg geboren baby, er zijn dode grootouders en huisdieren en er is een overleden klasgenootje. 
Er is tante An die haar tiran van een echtgenoot in een vaas op de kast heeft staan en er is een gedicht over Fiesta de los Muertos, het Feest van de Doden, begin november: 'Vanavond gaan we dansen op de graven/vanavond is het feest voor iedereen/We plukken wilde bloemen, we versieren oma's steen/we maken lekker eten klaar en brengen het erheen.'
Nergens wordt het soepele eindrijm irritant, metrisch kloppen de gedichten als een bus. Vormgeving en illustraties zijn meer dan bijzonder, vertellen hun eigen verhaal en voegen daarmee iets toe aan de gedichten.
De dood zal niet plotseling een gewenste gast zijn, maar dit boek maakt hem in elk geval gewoner. Het verdient een groot publiek, van kinderen zowel als volwassenen. 


donderdag 4 december 2014

Sint

Hij is er,
dan vertrekt hij weer.
Ertussen duurt maar even.
Kan dat niet andersom? -
een jaar cadeautjes geven?
Zien we Sinterklaasje
op 4 december gaan.
Niet erg,
een dagje wachten:
de zesde komt hij aan.
Edward van de Vendel. Uit: Superguppie is alles. Querido, 2014.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 1 december 2014

Mark Strand overleden

Begraaf je gezicht in je handen
Omdat we de rivier zijn overgestoken en de wind slechts
een uitrol van kleumende kou biedt en we ons mak hebben
aangepast en niet langer hopen op meer dan we kregen
en ons niet eens meer afvragen hoe we hier zijn beland,
laat het ons koud dat alles anders liep dan we verwachten.
Het is onmogelijk de mist waarin we leven te verdrijven,
te weten dat we weer een dag hebben verdragen. De stille
sneeuw van gedachten smelt al voor hij kan blijven liggen.
Geen mens weet waar we zijn. De poorten naar nergens
vermenigvuldigen zich en het heden is zo ver weg, zo
ontzettend ver weg.

Bury your face in your hands
Because we have crossed the river and the wind offers only
a numb coiling of cold and we have meekly adapted,
no  longer expecting more than we have been given, nor
wondering how it happened that we came tot his place, we
don't mind that notthing turned out as we thought it might.
There is no way to clear the haze in which we live, no way
to know that we have undergone another day. The silent
snow of thought melts before it has a chance to stick. Where
we are is anyone's guess. The gates to nowhere multiply and
the present is so far away, so deeply far away.
Mark Strand. Uit: Bijna onzichtbaar (Almost invisible). Vertaling: Wiljan van den Akker en Esther Jansma. Van Oorschot, 2011. 

dinsdag 25 november 2014

Was ik zee

Als ik de zee was, zou ik aan komen rollen
dat lijkt me wel geinig als  ik zo begin.
En net voordat je voor mij weg wilde hollen
trok ik me weer terug, de branding in.

Als ik de zee was, liet ik schelpen aanspoelen
speciaal voor jou, zoek de mooiste maar uit
die jij wilt bewaren en in je hand wilt voelen.
Ik zorgde daarbij voor zacht ruisend geluid.

Als ik de zee was maakte ik zandribbels met water
die 's avonds glimmeren bij de ondergaande zon.
En dan herinner jij je veel en veel later
hoe jij daar uren naar kijken kon.
Karel Eykman. Uit: Was ik zee. De mooiste liedjes en gedichten. Tekeningen Sylvia Weve. De Harmonie, 2014. 
Een verzamelbundel van de gedichten en liedjes van Karel Eykman: die was er nog niet. Best raar als je bedenkt dat hij de afgelopen 50 jaar meer dan 1000 teksten schreef voor radio, tv en jeugdtheater. Gedichten en liedjes in nuchtere of heel fysieke taal, verstaanbaar, poëtisch of zachtmoedig, soms in rauw straatdialect, altijd hoopvol.
Leeftijd: 6-18 (staat er officieel). Maar met hetzelfde gemak zeg je: 6-99. 

  

vrijdag 21 november 2014

Versieren

Ik heb een poes, die heet Minoes.
Ik heb een rat, hij is behoorlijk zwart.
Ik heb een konijn, dat heet Nijn.
Ik zeg boe. Dat heeft te maken met het laatste dier, een koe.

Dat zijn al mijn dieren.
Nee, grapje, ik heb alleen mieren.
Ik vind het leuk om dieren te
versieren
en dieren versieren betekent dat ik dieren
als mieren
aanschouw.
Mohamed (9) van basisschool Wereldkidz Tweesprong in Maarssen. 

maandag 17 november 2014

De vogel

De vogel vliegt
naar de wolken toe
het meisje kijkt
hoe de vogel naar de wolken vliegt
ze heeft een vlieger in haar hand
een hele mooie gekleurde
het lijkt op een hele
lange lange lange
slang

de bruid en bruidegom
gingen net door het poortje heen
rood blauw en witte ballonnen
feestelijkheid
zij zagen alleen elkaar.
Merel Schnitker (8 jaar). Uit: Met mijn linkeroog ben ik in China. De mooiste gedichten van kinderen 2013/2014. Stichting Poëziepaleis, 2014.
Kinderen (en ouders en leerkrachten): je kunt weer meedoen aan de gedichtenwedstrijd voor volgend jaar. 
Stuur je gedicht in voor 15 februari, en misschien sta jij wel in het volgende boek! 
Hier lees je wat je moet doen: Gedichtenwedstrijd Kinderen en Poëzie 2015

maandag 10 november 2014

Superguppie is alles

Wens
Bruine blaadjes in de herfst
zijn natuurlijk op hun sterfst,
maar ze willen zo graag
nog één keertje waaien,
nog één keertje draaien,
hoog en blij,
in de wind.
Dus wees jij nou vandaag
eens een behulpzaam kind:
als je ze ziet liggen,
zielig en moe,
schop ze dan
keihard
naar de hemel toe.
Edward van de Vendel. Uit: Superguppie is alles. Tekeningen Fleur van de Weel. Querido 2014. 
Alle vier Superguppiebundels in één handzaam boek, plus 22 nieuwe gedichten, gelardeerd met de bekende fijne tekeningen van Fleur van de Weel: dat betekent ononderbroken door je wimpers naar de wereld kijken en dingen zien die je normaal gesproken mist.
Al die heerlijk relativerende, licht melancholische teksten over dode vogeltjes, langzame dingen, borstelsnorren, spruitjes en sla, geurende mevrouwen, piepmuziek en brievenbusbekken,
al die taalfeestjes over glazenwassers als walvissen, zielige zebradpadpalen die niet mogen oversteken, schreeuwende meeuwen die zich een leeuw voelen: ze dompelen je zonder mankeren met kop en kont onder in het hoofd van een kind dat je soms wel, maar soms ook liever niet (meer) wilt zijn.
De gedichten in ´Superguppie is alles´ drukken je met je neus op de messcherp heerlijk frisse manier van kijken van kinderen.
Elke dag een gedicht uit dit boek: medicijn tegen hersenroest.
Leeftijd: 4+.
Bovenstaande gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

vrijdag 31 oktober 2014

Halloween Samhain Allerheiligen Allerzielen

Toen oma eenmaal dood was,
mochten we eindelijk huilen.

Iedereen deed het,
niemand vond het gek.

Zelfs mijn vader,
zonder zakdoek,
jankte alles nat.

Toen ik dat zag
huilde ik nog harder,
het was zo zielig
om te zien:

zonder zakdoek
alles nat.
Tim Gladdines. Uit: Bovenwonder. Tekeningen Alice Jetten. DiVers, 2002.
Het is vanavond Halloween. De naam ´Halloween´ is afgeleid van Hallow-e'en, oftewel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen op 1 november/Allerzielen op 2 november.
Op het eiland Groot-Brittannië werd Halloween vooral door de Kelten gevierd. In de Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudejaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgend jaar lag klaar dus er was tijd voor een vrije dag, het Keltische Nieuwjaar of Samhain (uitspraak Saun, het Ierse woord voor de maand november).

De Kelten geloofde dat die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen. Om de geesten af te weren droegen de mensen maskers maar ze legden voor hun deuren ook voedsel voor ze neer.  Toen de Romeinen Groot-Brittannië binnenvielen, vermengden ze de Keltische tradities met die van henzelf, zoals de viering van de oogst en het eren van de doden.