maandag 11 april 2011

Verwarrende werkwoorden

(fragment)
Lopen wordt liep,
maar hopen niet hiep.

Laten wordt liet,
maar praten niet priet.

Stinken wordt stonk,
maar hinken niet honk.

Mogen wordt mocht,
maar drogen niet drocht.

Winnen wordt won,
maar pinnen niet pon.

Vallen wordt viel,
maar ballen niet biel.

Zitten wordt zat,
maar spitten niet spat.

Schenken wordt schonk,
maar denken niet donk.

Weten wordt wist,
maar meten niet mist.

Zullen wordt zou,
maar vullen niet vou.

Zwemmen wordt zwom,
maar klemmen niet klom.

Ja. Maar waarom?
Joke van Leeuwen. Uit: Waarom een buitenboordmotor eenzaam is. Stichting Ons Erfdeel vzw, 2005.
Interessant, grappig boek over taal. Joke van Leeuwen laat zien hoe onlogisch onze taal is, bijvoorbeeld met het zinnetje Ik vierf me blauw, ik donk dat dat mooi sting. Ze geeft ook handige ezelsbruggetjes, bijvoorbeeld voor de tussen-n bij plantennamen (is het nou paardebloem of paardenbloem?):
Het eerste heeft poten, het tweede heeft stelen?
Dan moet er geen ennetje tussen de delen.
Zo’n regel vergeet je nooit meer. Geweldig boek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen