maandag 30 mei 2011

Liefde

De lucht hing als een blok op het land,
onzichtbaar en massief.

Je gaat gekleed in de kleur van je haar,
in je ogen, je passen en je woorden.
Je bent hier en elders. Ik draag je me na

en huiver. Je bent te groot misschien,
of te dichtbij. Je onbereikbaarheid
is onvergeeflijk. Kon ik een vogel zijn -

maar de nauwkeurigheid ontbreekt me
zoals het vertrouwen. Ik kijk naar je

en huiver. Spreek me aan, want ik zwijg,
verdraag mijn wurggreep, verdraag
de onbeholpenheid, verdraag mij, liefde.
Mark Boog. Uit: Ik wil je. Selectie Dirk Terryn, illustraties Sabien Clement. De Eenhoorn, 2007. Leeftijd 14+.
Gedicht Mark Boog oorspronkelijk in: De encyclopedie van de grote woorden. Cossee, 2005.
'Ik wil je' is een bloemlezing, eerste in een serie van vijf, over de liefde. 'Ik wil je' gaat over passie, die vleugels geeft maar ze ook kan schroeien. Er staan gedichten in van bekende schrijvers als Tom Lanoye en Hugo Claus, jeugdauteurs als Edward van de Vendel en Joke van Leeuwen maar ook muziekteksten van Spinvis. Door deze gedichtenkeus is er geen duidelijke grens tussen jeugdpoëzie en gedichten voor volwassenen, al moet je wel wat ervaring in de liefde hebben om dit plezierig te kunnen lezen. Gedichten verschillen sterk van toon en stijl.

woensdag 25 mei 2011

Toets

Op school weer toets vandaag.
Mijn handen zweten angst
bij elke vraag. Ik ben zo
verward dat ik alles vergeet,
terwijl ik donders goed
het antwoord weet! Keer op keer
heb ik het mis, omdat mijn hoofd
een doolhof is.
Alle examenkandidaten veel succes!
Reine De Pelseneer & Leen De Pelseneer. Uit: Liever lief. De Eenhoorn, 2009.
Gedichten voor iets oudere kinderen (10+), over verliefd - in de war -  blij - boos of moe zijn. Eenvoudige gedichten in mooi vormgegeven boek met grote kleurplaten.

maandag 23 mei 2011

Sparen voor later

Ik ben een spaarverslaafde en wel van ouderwetse zaken.
Dat heb ik als mijn hobby.
Bijvoorbeeld: een typemachine, een hoornen telefoon,
een zwart-wit-tv, een platenspeler van Dual
(mijn vader zegt, dat zijn de beste!).

Ik spaar stofjassen.
Haha, jij weet niet eens wat dat is!
Ik spaar zelfgeborduurde boekenleggers, stoven,
wasborden en zinken teilen, moffen en (nieuw!) asbakken,
en wie weet, kan ik over vijftig jaar wel zeggen,

ik spaar boeken,
omdat er alleen nog maar e-boek is.
Mijn vader zegt,
spaar dan ook gelijk maar buitenspelen,
poëzie of vriendelijk lachen tegen een vreemde...

Maar misschien is over vijftig jaren sparen ouderwets,
omdat iedereen alleen maar heeft wat nodig is
en anders weggeeft aan iemand die dat niet heeft.
Spaar me die gedachte, zegt mijn vader,
idealisme is een mooie hobby!

Ja, omdat ik altijd alles spaar,
spaar ik dan ook zulke gedachtes op.
Soms lees je in een interview,
'Een gelukkig mens is iemand
die van zijn hobby zijn vak heeft gemaakt.'

Dat ben ik dan geworden.
Elma van Haren. Uit: Zwemmen met je kleren aan. Scheurkalender voor jeugdpoëzie. Van Gennep, 2011.

vrijdag 20 mei 2011

Bouw nooit een nest van kauwgum Tada! 100 jaar Annie M.G. Schmidt

Er waren eens twee vogeltjes, die gingen samen trouwen.
Ze hadden het erover wat voor nest ze zouden bouwen.
Van takjes! Zei het mannetje, van takjes is het beste,
van takjes en van pluisjes maken alle vogels nesten!
Hè jakkes, zei het vrouwtje toen, dat is zo ouderwets!
Ik wil zo graag iets anders... iets moderns, en toch iets nèts.
Van plastic? zei het mannetje, of liever van beton?
Van rubber, of van ijzerdraad, of van gegolfd karton?
Je zegt maar wat je hebben wilt, ik zal het je wel geven,
al is 't een nest van kauwgummi, het is mij om het even!

Van kauwgum...zei het vrouwtje, dat is niet zo'n gek idee,
't is zindelijk,  't is zacht, het veert, het geeft een beetje mee.
Toen gingen ze aan 't bouwen, ergens midden in het woud.
Het werd het eerste vogelnest, van kauwgummi gebouwd!
En toen he nestje klaar was,werd het werkelijk heel lief.
Kijk toch 's, zei het vogelvrouwtje, keurig! Alsjeblief!
Ze legde er vijf eitjes in, en zei: Ziezo, da's dat.
Ga jij maar wormen zoeken; wees voorzichtig voor de kat!

Maar toen ze daar een poosje zat, dat was nou juist het gekke...
toen werd dat huis ontzettend lang, het huisje ging zo rekken!
De jonkies kwamen uit het ei, ze zeiden netjes: Piep!
Maar ja, je kon ze haast niet zien, ze zaten wel erg diep.
Het nest werd aldoor langer, 't was een soort van kous geworden.
De vogels konden er niet bij. Er was iets niet in orde!
En alle vogels in de buurt die lachten zich een kriek
en riepen: Kijk nou toch's! Ha! Een nest van elastiek!

Het mannetje zei: Zie je wel? En heb je nou je zin?
Wat jammer nou, zei het vrouwtje, 't was zo aardig in het 't begin,
maar nou is 't net een kerkezak. Het kan niet. Het is fout.
Toen hebben die twee vogeltjes een ander nest gebouwd,
van takjes en van twijgjes en van veertjes  en van watjes,
van strootjes en van pluisjes en van ditjes en van datjes.
Ze brachten alle vijf hun kinders in het nieuwe huis...
Hè, hè, zei 't vogelvrouwtje, 't was een vreselijk abuis!
En zij heeft heel haar leven aan de kinderen geleerd:
Bouw nooit een nest van kauwgum, want het is beslist verkeerd.
Vandaag precies honderd jaar geleden werd Anna Maria Geertruida Schmidt geboren in het Zeeuwse Kapelle. Wat een geluk voor ons. Prachtige gedichten, versjes en verhalen waar we ons dag-in-dag-uit eindeloos aan kunnen laven.
Annie M.G.Schmidt. Uit: Ziezo, de 347 kinderversjes. Tekeningen Wim Bijmoer, Jenny Dalenoord, Carl Hollander, Jan Jutte, Mance Post, Thé Tjong-Khing, Peter Vos en Fiep Westendorp. Querido, 2004. Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.
Annie M.G. Schmidt
Dossier Annie MG Schmidt KB
Annie M.G.Schmidt 100 jaar
Versjes van Annie
Annie M.G. Schmidt · dbnl
Win een exemplaar van Floddertje (zie: win)

woensdag 18 mei 2011

De weg naar school

De weg naar school is vol gevaren,
om de hoek gaat het al mis,
want daar staat een hond te grommen
dat hij dol op kinderen is.
Eerst begint hij hard te blaffen,
dan laat hij zijn kaken zien.
Een valse bek vol scherpe tanden,
ik tel er zo een stuk of tien.

De weg naar school is vol gevaren,
na de hoek dan komt de straat
met die enge hoge huizen
waar het oude pakhuis staat.
Uit het pakhuis komen armen
die je wurgen tot je stikt
en al smeek je om genade,
je wordt gepakt en ingeblikt.

De weg naar school is vol gevaren,
na de straat dan komt de sloot
met het water dat kan praten
met de stem van Broertje Dood.
Eerst begint hij lief te smeken,
maar algauw dan wordt hij boos.
Dan verschijnt zijn bleke handje
in het water bij het kroos.

Het is maar elf minuten lopen
en als ik hard hol hooguit vijf.
Vijf minuten hardop hopen
hou die griezels van mijn lijf.

Vijf minuten en dan veilig?
Nee, op school begint het pas,
want de school is vol gevaren
met dat monster voor de klas.
Geen wonder dat ouders hun kinderen massaal met de auto naar school brengen. Al helpt dat natuurlijk niks. Geweldig gedicht van Koos Meinderts met een heerlijke cadans.
Koos Meinderts. Uit: Verdriet is drie sokken. Illustraties Annette Fienieg. Lemniscaat, 2008. Er hoort een cd bij met liedjes van Thijs Borsten, gezongen door Harrie Jekkers&Fay Lovsky, met o.a. Eric Vaarzon Morel (flamencogitaar) en Eric Vloeimans (trompet).

maandag 16 mei 2011

Over opa's, sportvissen en draken

Opa's gaan niet lang mee. Ik had er een met wie ik samen alles kon. Meteen
toen ik hem zag, werden wij vrienden voor altijd.
Nu is hij dun geworden. Je kijkt zomaar door hem heen.
Ik zie hem niet zo vaak meer. Maar we zijn elkaar nooit kwijt.
Toen Fu dit over mijn schouder heen las, was hij
jaloers. Toch had ik hem van mijn opa gekregen.
Een klein groen draakje, van plastic zou je zeggen,
in een plastic ei dat je kon openschroeven. Ik kreeg
hem toen alles al gebeurd was en mijn opa op het punt stond
te verdwijnen, al wist ik dat nog niet.
....
Fu ik weet niet of ik weten wil wat je
me aldoor vertellen wil aldoor vertellen wil
over mijn opa de Onvergelijkelijke Held
het is waar maar ik was er zelf bij en je hebt het me hebt het
me al zo gruwelijke grondeloos vaak verteld.
...
Als ik over mijn opa schrijf, gaat het vanzelf rijmen.
mijn opa was iemand met lachrimpels hier die bewogen
als hij lachte kwam er een soort vleugeltjes naast zijn ogen
en op een nacht is hij zo naar de maan gevlogen
'Wanneer het u ontbreekt aan tijd of zin, heer,' zei Fu, 'wil ik mij
er ook wel aan wagen. Wij Draken hebben vanouds gevoel voor
Heldhaftigheid.'
 Hoe dat worden zou:
MIJN HEER DE HELD (door FU)
daar moest ik niet aan denken.
                Dus begon ik maar.
Laat het maar aan Eva Gerlach over om met ongelooflijke precisie, distantie en dansende taal grappig en liefdevol over ingewikkelde zaken als mateloze bewondering voor je aftakelende opa, verlies en verdriet te schrijven/dichten.
Eva Gerlach treedt weinig voor het voetlicht, maar o wat schrijft ze geweldig. Iedereen die van huppelende mijnenveldtaal, poëzie, opa's, draken en sportvissen houd: lezen dit boek!
Eva Gerlach. Uit: Het punt met mij is dat ik alles kan. Tekeningen Charlotte Vonk. Querido, 2008.

woensdag 11 mei 2011

De zon schijnt streepjes

Leeuw
De zon schijnt streepjes
Ik zie een kop tussen de struiken
Het is een loerende, lenige leeuw
Bruin en gelig van kleur
Soepel kruipt hij in het rond
De zon schijnt streepjes
Ik zie een kop tussen de struiken
Wegrennen.
Ruud Boels, 9 jaar, groep 6.
Dit gedicht is één van de 100 winnaars van de gedichtenwedstrijd Kinderen en Poëzie 2010-2011 en staat in de bundel 'De zon schijnt streepjes'.
Duizenden kinderen van 6-12 doen elk jaar mee. Ze schrijven, thuis of na een poëzieles in de klas, een gedicht en sturen dat op. Het is een bonte verzameling van lange, korte, rijmende, grappige en stoere gedichten, uitgekozen door een vakjury onder leiding van dichter Kees Spiering. 
De hoofdprijs was voor het gedicht 'Einde' van Lukas Schaap,  10 jaar uit groep 7:
Einde
Hij kwam achter me aan
te groot  te sterk  te snel
voor mij en ik struikelde
over mijn woorden

Hij was vlak achter me
zijn hete adem in mijn nek
ik schreef mijn zwaard door zijn hart
liet rood bloed gutsen...gutsen
want dat klinkt zo lekker, gutsen

Hij lag toen daar, doodstil zo stil
en ik had geen woorden meer
ik keek
een rilling door zijn lijf...mijn lijf

Ik heb hem vermoord
met mijn lievelingspen
in drie woorden was hij dood
Lukas Schaap, 10 jaar, groep 7.
Uit: De zon schijnt streepjes, bundel Kinderen en Poëzie 2010-2011. Stichting Poëziepaleis 2011.
Je kunt de bundel hier bestellen: http://www.poeziepaleis.nl/webshop
Informatie over Kinderen en Poëzie: http://www.poeziepaleis.nl/projecten/kinderen-en-poezie/start.
Je kunt hier ook vast je gedicht voor de wedstrijd van volgend jaar opsturen.

maandag 9 mei 2011

Konijntjesbrood


Eekhoorntjesbrood
"De nacht gooide zijn donkerste deken over het land. En de maan stond hoog aan de hemel.

Achter één raam van het koninklijk paleis
bleven de kroonluchters branden...

De koningin danste neuriënd door de kamer.
Ze draaide vrolijk rondjes tot bij de lege wieg. Alles duizelde
om haar heen.
Een wit konijntje, lief en zacht.
Tralala, met lange oren...
Ik wil dat het nog deze nacht
-vier witte pootjes!- wordt geboren.
Een konijntje...Dat wou ze o zo graag.
Eerst was het alleen maar een hartenwens geweest,
maar nu stond ook haar buik bol van verlangen.

De koning kwam goedgemutst de kamer binnenlopen.
De koningin walste hem zingend tegemoet, haar handen
als konijneoren op haar hoofd.
Ik draag ons -falderie- konijn!
Hoera! Ik voel het al bewegen!
Van alles wat ik van je heb gekregen
zal dit het allermooiste zijn."
Maar wat een pech. De koning wil geen konijn maar een eekhoorn. Met rode staart. De koningin houdt - in rijm - voet bij stuk, een konijn wil ze en niks anders. De koning neemt, eveneens in rijm, het koninklijke besluit tot een eekhoorn. Ze komen er niet uit.
André Sollie lost het prachtig op, in mooie, rake taal en met inventieve, kleurrijke illustraties die ieder afzonderlijk een kunstwerk zijn. Met een leuke grap aan het begin van het boek.
André Sollie. Uit: Konijntjesbrood. Querido 2011.

zondag 8 mei 2011

Moederdag De regenworm en zijn moeder

Er was een regenworm in Sneek
die altijd naar de sterren keek,
en fluisterde: Hoe schoon, hoe schoon...
Zijn moeder zei: Doe toch gewoon,
kijk naar beneden naar de grond,
dat is normaal, dat is gezond,
kijk naar beneden zoals ik...

En toen? Toen kwam de leeuwerik!

Het wormpje, dat naar boven staarde,
zag hem op tijd en kroop in d'aarde,
maar moe die naar beneden keek
werd opgegeten (daar in Sneek).

Dus doe nooit wat je moeder zegt,
dan komt het allemaal terecht.
Annie M.G. Schmidt. Uit: Ziezo. De 347 kinderversjes. Tekeningen: Wim Bijmoer, Jenny Dalenoord, Carl Hollander, Jan Jutte, Mance Post, Thé Tjong-King, Peter Vos, Fiep Westendorp. Querido, 2004.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

donderdag 5 mei 2011

Oorlog

Oorlog als driftige muziek
Ik kan niks doen
Ik, ik ben maar één
Maar alleen

Waarom?
Wie heeft dit bedacht?
Was het god?
Waren het de mensen?
Of was het de oorlog?

Als een verslindend beest
eet het de liefde
en de vrede op.
Sebastiaan. Uit: Zwemmen met je kleren aan, Scheurkalender Jeugdpoëzie 2011. Samenstelling Karel Eykman en Ineke Holzhaus. Van Gennep, 2011.

woensdag 4 mei 2011

Zoen

Soms moet ik je opeens
zoenen geven,
dat gaat gewoon vanzelf.
Voordat ik het weet,
is het al gebeurd
en heb je weer een zoen
en nóg een zoen.
Moet je maar niet zo lief zijn.
Ik kan er niks aan doen!
Goed nieuws voor jeugdpoëzie- en Theo Olthuisliefhebbers : zijn nieuwste dichtbundel 'Hoera, ik ben weer wakker' is uit. 
Achtenveertig huis-, tuin- en schoolgedichten voor kinderen van ongeveer 5-8, in de van Olthuis bekende minieme, onderkoelde stijl, heel geschikt om met je kind uit het hoofd te leren in de file of tijdens lange, saaie autoritten.
Met als intrigerend grapje dat, net zoals in zijn vorige bundel 'Lampje voor de nacht' het  gedicht 'Toverbril' uit de eerste bundel (In je hoofd kun je alles) werd herhaald, hier het gedicht 'Op slot' uit 'Lampje voor de nacht', weliswaar iets gewijzigd, staat.
Theo Olthuis. Uit: Hoera, ik ben weer wakker. Illustratties Charlotte Dematons. Holland, 2011.
Website Theo Olthuis

maandag 2 mei 2011

Mei

Het is de tovermaand mei. Oude, bekende woorden, ooit nieuw en revolutionair, over, eeuwig jong, liefde
Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde in een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht -
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zo rijp
als jonge kersen, wen een lentewind
In 't bosje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald' over de bruggen, op den wal
Van 't water, langzaam gaande, overal
Als een jonge vogel fluitend, onbewust
Van eigen blijheid om de avondrust.
En menig moe man, die zijn avondmaal
Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
Glimlachend, en een hand die 't venster sloot,
Talmde een poze wijl de jongen floot.

Zo wil ik dat dit lied klinkt, er is één
die ik wèl wenste, dat mijn stem bescheen
Met meer dan lachen van haar zachte oog...
Heil, heil, ik voel hier handen en den weken boog
Van haren arm. Een koepel van blind licht,
Mild nevelend, omgeeft mijn aangezicht,
Mijn stem brandt in mij als de gele vlam
Van gas in glazen kooi, een eikestam
Breekt uit in twijgen, en jong lover spruit
Naar buiten: Hoort, er gaat een nieuw geluid:
Een jonge veldheer staat, in 't blauw en goud
Roept aan de holle poort een luid heraut.
...
Toen speelden eerst de gnomen op hun trom
en toen de elven op hunne cymbalen,
toen Tritons, toen wij alle saam, verhalen,
Lange verhalen zang en droefenis.
Toen werden de uren van hun taak gewis
En zetten haar daar neer en lieten mij
Met haar alleen en gingen in een rij,
En zagen met de anderen samen toe.
Ik groef een graf waar golven komen toe-
Dekken het zand en legde haar daar neer,
Daarover zand: de golven komen weer
En dalen weer met lachen of geschrei -
Daar ligt bedolven mijne kleine Mei.
Herman Gorter. Fragment uit: Mei. Een gedicht. Bron: De Nieuwe Gids. Jaargang 4. W. Versluys, Amsterdam 1889
Mei. Een gedicht. KB. Het hele gedicht is te lezen op de site van de DBNL.