dinsdag 29 mei 2012

Toen ik twaalf was

Toen ik twaalf was
hield ik het meeste
van bossen vol beesten
en van slapen in het gras.

Daar staan nu huizen, want
dat was duizend jaar geleden.
Wat bos was en weiland
is nu bebouwd en bereden.

Was ik maar een kilometer
lang, dan kon ik alles beter
overzien en misschien verdragen,
en dan kon ik mij vol onbehagen
uitstrekken over die daken
en die woninkjes fijn kraken
alsof ze schelpjes waren,
hun huisdiertjes uit mijn haren
kammen, miertjes die zo merkwaardig
menselijk waren
maar zoveel aardiger
zoals ook de wereld leek
wanneer ik de dom
van Utrecht beklom
en omlaag keek.
Leo Vroman. Uit: Gedichten 1946-1984. Querido, 1985.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen