maandag 10 juni 2013

Hotdog

Doenja van elf in ‘Hotdog’, het tweede kinderboek van Arja Veerman, heeft net haar moeder begraven, die ontploft is na een borstvergroting.
Maar Doenja is niet zielig, vindt ze, ze heeft immers haar vader, broertje en oom Bennie nog? En haar vrienden Floris en Jamie? Tanden op elkaar, is haar devies. 
Ondertussen gaat ze in te koude kleren naar school, zit er thuis schimmel op de bramenjam, loopt broertje Manno in een niet bij elkaar passende outfit die nog kapot is ook en houdt vader de snackbar open want er moet brood op de plank. Maar oom Bennie troost Doenja met een chique hanger. Is die van haar moeder geweest?
‘Hotdog’ is beeldend en helder geschreven. Er is opwinding en dilemma. Doenja belandt in een eng bos, een indiaan danst rond een opgezette hond, er is inbraak en politie en een enge motorrijder met laarzen met stekels van staal. Er zijn giftige paddenstoelen en een Cloop, die alles op de wereld ziet en kan filmen.
En toch.. ga ik niet van Doenja houden, wordt het nergens echt spannend of geloofwaardig. Komt dat door de platte personages of doordat er zo wordt ingezoomd op details dat het overzicht zoekraakt? Is het de wat drabbige wereld van snackbar en friet of de niet helemaal geslaagde combinatie van een realistisch verhaal met een enkel fantasy-element?
De onwaarschijnlijkheid dat een kind van elf juist precies op het goede moment een krant openslaat of het werk van de vaders van, hè toevallig, net Doenja's vriendjes bij de ontknoping een beslissende rol speelt?
De overdadige beschrijvingen, de suggestie van gevaar die niet wordt ingelost?
Van alles een beetje met als resultaat een onevenwichtig verhaal.
En tóch kan Veerman schrijven. Ik wacht gewoon op haar volgende boek.
Arja Veerman. Hotdog. Illustraties Brenda Kuijpers.  Clavis, 2013.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen