maandag 29 augustus 2016

Bij mij op de maan

Voor het raam bij avondval
Sponnen zusjes, drie in tal.
Zei de eerste van de vrouwen:
'Wanneer ik de tsaar zou trouwen,
Maakte ik een feestmaaltijd
Voor de hele christenheid.'
Zei haar zusje in vertrouwen:
'En als ik de tsaar zou trouwen,
Spon en weefde ik meteen
Lakenstof voor iedereen.'
Zei de jongste van de vrouwen:
'Wanneer ik de tsaar zou trouwen,
Schonk ik hem voor op de troon
Dadelijk een heldenzoon.'
Aleksandr Poesjkin. Uit: Het sprookje van tsaar Saltaan, zijn roemrijke en machtige heldenzoon vorst Gwidon en de wonderschone zwanenprinses.
Uit: Bij mij op de maan. Een keuze uit de Russische kindergedichten vanaf de zeventiende eeuw. Vertaald door Robert-Jan Henkes. Russische bibliotheek, van Oorschot, 2016.
Poesjkin schreef zijn sprookjes niet alleen voor kinderen maar toch zijn ze langzamerhand uitgegroeid tot klassieke kinderliteratuur. Hij was de eerste schrijver die terugging naar de oude, mondelinge overleveringen van sprookjes, slaapliedjes etc.
Russen houden van poëzie en van gedichten uit hun hoofd leren, mede dankzij deze door Poesjkin in trochaische tetrameter geschreven sprookjes.
Maar er staan veel meer gedichten, aftelversjes, rijmpjes, liedjes en versjes in dit boek, onder andere van Anna Achmatova, Osip Mandelstam, Daiil Charms en nog veel meer Russische dichters.
Ze zijn wonderschoon vertaald in soepele teksten en ze voorlezen wordt puur plezier.