maandag 16 oktober 2017

Roltrap naar de maan

Mijn vader zegt dat hij geen moeder heeft,
hij is gevonden op de maan.
Twee astronauten zagen hem
daar op z'n handen staan.
Hij is mee terug gevlogen
en in de achtertuin geland.
Mijn moeder werd meteen verliefd,
dus hij bleef in Nederland.

Mijn vader is een leugenaar,
hij kan fantastisch liegen.
Wat los zit liegt hij aan elkaar,
hij kan iedereen bedriegen.
Mijn vader is een leugenaar.

Mijn vader heeft een jumbo jet,
daarmee vliegt hij naar zijn werk.
En voor hij naar kantoor gaat,
draait hij drie keer om de kerk.
Hij zwemt zo de Noordzee over
met zijn handen op zijn rug.
Dan tikt hij aan bij Engeland
en zwemt onder water terug.

Mijn vader is eigenlijk de koning,
hij is de broer van Beatrix.
Maar hij wil niet op de gulden
en regeren vind ie niks.
Hij is ook goed bevriend met God,
ze spelen elke zondag schaak.
Laatst nog heeft mijn vader
God in een zet afgemaakt.

En wie dit lied gelooft,
is niet goed bij zijn hoofd.
Want ik ben hier de grootste leugenaar.
Ik heb de boel bedrogen,
van A tot Z gelogen.
Ik heb niet eens een vader
en de rest is ook niet waar.
Echt waar!
Harrie Jekkers en Koos Meinderts. Uit: Roltrap naar de maan. Illustraties Annette Fienieg. Met cd van het Klein Orkest. Rubinstein, 2017.
Dit boek bevat alle kinderliedjes van Klein Orkest, en de teksten zijn nog steeds fantastisch. Zo zou meer poëzie voor kinderen moeten zijn: grappig, origineel, talig en gedurfd. Geen laffe rijmpjes maar teksten die voortdurend verrassen en je op het verkeerde been zetten en hier en daar ook knoeperdhard zijn, op een goede manier. Vaderloosheid, zoals hierboven, komt achteloos even voorbij, er is een kinderverslinder die graag 'dwarsgebakken kind in wijn gesmoord' eet, een spin wordt uitgebreid bekeken en bevraagd, maar tenslotte wordt gedreigd hem drie van zijn acht pootjes uit te trekken, als hij niet snel weggaat. Een vleugje maatschappijkritiek over een jongetje dat te veel eet en meisje met honger, en ook de geweldige Ballade van de Dood staat erin.
Een klein foutje: ergens komt het woord gulden voor. Dat doet erg gedateerd aan, en had gemakkelijk in 'euro' veranderd kunnen worden.
De tekeningen zijn in de van Annette Fienieg bekende speelse, bijna huiselijke, stijl.
Klein Orkest kreeg in 1986 een Edison voor Roltrap naar de Maan en vanaf november gaat Harrie Jekkers de theaters in met Klein Orkest met o.a. een paar liedjes hieruit. 

maandag 9 oktober 2017

Dikkertje Dap

Dikkertje Dap klom op de trap
's morgens vroeg om kwart over zeven
om de giraf een klontje te geven.

Dag Giraf zei Dikkertje Dap,
weet je wat ik heb gekregen?
Rode laarsjes voor de regen!

 't Is toch niet waar, zei de giraf,
Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf .

Oh Giraf, zei Dikkertje Dap,
'k moet je nog veel meer vertellen:

 Ik kan al drie letters spellen:
abc, is dat niet knap?

Ik kan ook al bijna rekenen!
Ik kan mooie poppetjes tekenen!

Lieve deugd, zei de giraf,
kerel kerel, ik sta paf.

Zeg Giraf, zei Dikkertje Dap,
mag ik niet eens even bij je
stiekem van je nek af glijen?

Zo maar eventjes voor de grap,
denk je dat de grond van Artis
als ik neerkom heel erg hard is?

Stap maar op, zei de giraf,
stap maar op en glij maar af,

Dikkertje Dap klom van de trap
met een griezelige grote stap.
Op de nek van de giraf
zette Dikkertje Dap zich af, 

roetsjj, daar gleed hij met een vaart
tot aan 't kwastje van de staart.

Boem!  Auw!!

Dag Giraf, zei Dikkertje Dap.
Morgen kom ik weer hier met de trap.
Annie M. G. Schmidt. Uit: Dikkertje Dap. Tekeningen Noëlle Smit. Querido, 2017.
Afgelopen week ging de film Dikkertje Dap in première. Uitgeverij QueridoKind brengt daarbij een speciaal boek uit met de tekst van het beroemde liedje van Annie M. G. Schmidt zodat ook nieuwe generaties kinderen kunnen kennismaken met dit ikoon.
De tekst is een beetje gestroomlijnd waardoor je net niet mee kunt zingen. De tekeningen van Noëlle Smit zijn nostalgisch, lief en overzichtelijk.
Leeftijd 4+.

maandag 2 oktober 2017

Waar de wind waait

Toverachtig
Omhoog, omhoog
ik wil omhoog
Zo hoog als vliegtuigen
meeuwen, spreeuwen, duiven
Steeds een treetje
klimmen in de lucht
Wie durft er mee op mijn vlucht?

Prachtig, machtig, toverachtig
kijk ik recht, recht naar omhoog
De mooiste kleuren van de wereld
zitten in de regenboog
Ik wil ze pakken
in mijn zakken
en ze meenemen naar huis

Maar als het zo blijft regenen
blijf ik vandaag toch liever thuis
Brenda Heijnis. Tekeningen Esther Leeuwrik. Clavis, 2017.
Mooi dat uitgeverij Clavis jeugdpoëzie uitbrengt en nog wel zo'n mooi stevig boek met grote kleurplaten.
Maar waarom in vredesnaam van die matige, slappe versjes? Er zijn zoveel goede Nederlandstalige jeugddichters!
De rijmen in 'Waar de wind waait' zijn voorspelbaar en van bedenkelijk niveau, van ritme of metrum is geen sprake, de taal blijft steken in alledaagsheid, de onderwerpkeuze is nergens bijzonder, er is geen spel met vorm en inhoud.
Jammer, zo veel moeite voor zulk ondermaats werk. De tekeningen zijn wel vrolijk, kleurrijk en beweeglijk.
Leeftijd: 3+

maandag 25 september 2017

Ben niet bang (voor de wilde dieren)

Niet schattig
In dit boek vind je allerlei griezeldieren. Als je niet bang bent voor spinnen, dan misschien toch wel voor een krokodil, schorpioen, gifslang, tijger of haai.
Of misschien ben je banger voor steekbeesten die je gewoon in de buurt kunt tegenkomen, zoals teken, kwallen en wespen. Ook daar kun je over lezen.
Je kunt dan zelf uitmaken hoe eng of gevaarlijk ze zijn.
Ook zul je dieren tegenkomen die gevaarlijker zij dan je dacht. Dieren die er schattig uitzien maar niet zo schattig zijn, zoals de panda en het nijlpaard.
[...]
Dieren die eng doen
Levend vlees
Een horzel is een vlieg zonder mond en zonder angel. Hij kan dus niet bijten of steken. Zelf is de horzel dan ook niet eng, maar zijn kinderen - maden - zijn dat wel. Anders dan de maden van bromvliegen, die van vlees van dode dieren leven, eten horzelmaden vlees van levende dieren. Van een hert bijvoorbeeld. Ze leven onder de huid. Op hun woonplek ontstaat een flinke bult. Als de maden groot genoeg zijn, kruipen ze naar buiten om zich te verpoppen. De runderhorzel leeft in Europa. In tropisch Amerika heb je de mensenhorzel. Die heet zo omdat zjin maden ook weleens in mensen leven. Freek Vonk nam er drie mee naar Nederland. Ze zaten in zijn been.
Geert-Jan Roebers. Uit: BEN NIET BANG voor de wilde dieren. Over spinnen, slangen, haaien en andere griezels. Illustraties Wendy Panders. Gottmer, 2017. 
Een boek over extreem verschillende wezens als de teek en de wenkkrab, de vogelspin en de zweefvlieg, de olifant, de luis en de pissebed, de zwarte kraai, de potvis en de gorilla, de malariamug en de Californische condor heeft een probleem.
Hoe breng je al die dieren bij elkaar? 
De insteek van dit boek is: het zijn allemaal op de een of andere manier griezels, volgens de makers van dit boek. 
Of iedereen dat met ze eens is valt te betwijfelen. Een gorilla mag dan eng zijn als je er een in het wild tegenkomt, dat zal toch weinig mensen overkomen en is bovendien van  een heel andere orde dan een teek, die tijdens een onschuldige boswandeling ongevraagd en ongemerkt in je kuit kruipt, waardoor je een invaliderende ziekte als Lyme kunt oplopen.
Onderverdeeld in hoofdstukken als 'Gevaarlijke schatjes', Smerige beesten', Dieren die eng doen' , Dieren met een slechte naam' en 'Onschuldige griezels' en nog zo wat categoriëen komen de dieren en hun gevaren en leefwijzen voorbij.
Het geheel is een indrukwekkende, vrolijke en ook licht smerige verzameling van feiten en feitjes, vieze, mooie, grappige en afschrikwekkende tekeningen en foto's.
Kinderen die graag over dieren lezen en griezelige dieren niet erg vinden zullen hiervan smullen. Sommige anderen zullen het wellicht gruwend wegleggen.
Een eclectisch, grappig leerzaam boek.


maandag 18 september 2017

Dag Poes!

Hondenweer
Heb ik dat weer,
dit is toch geen buitje meer.
De regen komt met bakken neer.
Dit is wat je noemt nou
HONDENWEER!

Ik ga gauw naar binnen
bij de kachel liggen spinnen.
Mies van Hout. Uit: Dag poes! met teksten van Bette Westera, Koos Meinderts, Sjoerd Kuyper en Hans & Monique Hagen. Hoogland & Van Klaveren, 2017. 
Bijna tegelijkertijd met de opening van de expositie 'Kattenliefde' in de Rotterdamse Kunsthal verschijnt het prentenboek 'Dag poes! van Mies van Hout.
Ze tekent hier poezen in al hun onnavolgbare gekkigheid, verbijstering, domheid, hooghartigheid, afweer en onweerstaanbare levensvreugde, in grote kleurige prenten.
Het effect van de platen wordt versterkt door de gedichten, die er fantastisch bij passen en al naargelang droogkomisch, verrukt, diep ontdaan of sluw en afwachtend van toon en sfeer zijn.
Het is een leuk gezelschapsspel om te raden welk gedicht van welke dichter(s) is.
Van wie is het gedicht hierboven, denken jullie?
De oplossing staat onderaan deze pagina. 

Dit is een boek om van te smullen. Geen kattenliefhebber kan dit laten liggen, en poëzieliefhebbers evenmin. Mensen die in beide categorieën vallen doen er goed aan onmiddellijk naar de boekhandel te rennen.





















Oplossing: Het gedicht Hondenweer is geschreven door Koos Meinderts

maandag 11 september 2017

Onder mijn matras de erwt

elf treden
Wij hebben een houten trap
en die boen ik elke vier weken -
ik moet dat uitleggen, want
anders snapt niemand onze trap.

Je wrijft de elf treden eerst met
boenwas in en daarna wrijf
je ze weer uit met een andere
doek. Ik vind dat ik dat moet

vertellen voor kinderen die
na mij op aarde komen en in
dit huis gaan wonen: de droge
doek moet je op de tree leggen,
erop gaan zitten en dan heen

en weer schuiven met je kont.
[...]
    weet je boze

moeder precies dat je het niet
goed gedaan hebt in haar ogen.
Maar ik doe het niet voor haar.
Ik doe het voor onze lieve trap.
Ted van Lieshout. Uit: onder mijn matras de erwt. Leopold, 2017.
Dit is een wrang boek. Het is ook een spannend boek. Ted van Lieshout blijft er in slagen verrassende nieuwe dingen te maken. 
De toon van de gedichten is licht, de inhoud zwaar. Gedichten in allerlei soorten, vormen en maten, over een tobbend, eenzaam meisje met veel zorgen en een niet te prettige familie.
Je ontkomt als lezer niet aan een diep meegevoel met dit personage dat alles goed bedoelt, goudeerlijk doch onhandig communiceert en ondertussen de naarste details over de wereld waarin ze leeft onthult. Zoals in het gedicht 'moederdag' waarin luchtig het bestaan van bandieten 'die maar al te graag van gratis kinderen gebruikmaken' voorbijkomen. 

Van Lieshout weeft op formidabele wijze vorm en inhoud dooreen, en onderstreept de gedichten met foto's van door hem zelf gemaakte, ongelukkig ogende poppenkoppen.
Geen luchthartige bundel, maar voor oudere kinderen wellicht uiterst herkenbaar.   


maandag 4 september 2017

Hemelsblauwe jas

Kwijt
Ik kan haar niet vinden
in de drukte van de stad.
Ik heb me losgemaakt
ben haar kwijtgeraakt
en sta met bonkend hart
tussen al die mensen
al die benen.
Ze is verdwenen
zonder mij.
Mama, wist ik nou maar waar je was!
Helemaal in paniek
misselijk en ziek
zie ik dan haar hemelsblauwe jas.
Nicolle van den Hurk. Uit: Hemelsblauwe jas. Karmijn, 2017.
Lef kan uitgeverij Karmijn niet ontzegd worden: als
 kleine, jonge uitgeverij een poeziebundel uitgeven.  
Alleen spijtig dat ´Hemelsblauwe jas´ niet heel bijzonder is. De gedichten zijn herkenbaar, maar erg eenvoudig in taal, thematiek, ritme en rijm en, op een paar gedichten na, nergens opvallend, speciaal of met een randje.
Ook de tekeningen blijven, op enkele uitschieters na zoals de tekening bij het hierboven geciteerde gedicht, steken in alledaagsheid. Van dit soort jeugdpoëzie is er genoeg, of teveel.
Hopelijk probeert Karmijn het nog eens met een spannender bundel.

maandag 28 augustus 2017

Plasman van Jaap Robben en Benjamin Leroy

Superhelden zijn fantastisch.
De één vecht met meteorieten,
terwijl de ander drie monsters verslaat.

En als ze middagpauze hebben, trainen ze
voor een nieuwe heldendaad.

[...]
Behalve het verhaal van Plasman,
dat is niet zo'n superheld.

Natuurlijk, hij kan ook wel dingen goed.
Met gemak vult hij een zwembad
wanneer-ie echt heel nodig moet.

Raakt zonder spetters de toiletpot
met een mooie rechte straal.

[...]
als Plasman
weer naar huis wil gaan,
klinkt er plots een noodoproep
en rinkelt de sirene.
[...]
'Doe iets, Plasman!'
Úh-oh...'
'Ja! Plas dan! Plas dan!'
Na het succes van de Suzie Ruzie-reeks flikken Jaap Robben en Benjamin Leroy het opnieuw: een enorm grappig en aanstekelijk boek maken voor peuters en kleuters.
Ingrediënten: alledaagse herkenbaarheid, heldere teksten en over-de-top-tekeningen, lekker vies (want het gaat over pies) en een identificatiemodel waar elk jong kind blij van wordt.
Zou het schelen dat beide heren jonge vaders zijn? Dan staat ons de komende jaren nog veel moois te wachten.

maandag 12 juni 2017

Vakantie

Dit weblog gaat in zomerslaap.
Heb geduld.
Begin september komen hier weer mooie nieuwe gedichtenboeken en andere prachtige jeugdboeken.
Fijne zomer.

dinsdag 6 juni 2017

Het schaap dat een ei uitbroedde

Lola had de mooiste wol van de hele wereld.
Haar wol glansde, was zijdezacht
en zat nooit, nooit in de war.

Lola kon haar wol uren wassen, drogen
en borstelen tot het helemaal perfect zat.
Gemma Merino. Uit: Het schaap dat een ei uitbroedde. Lemniscaat, 2017.
Dit prentenboek begint veelbelovend met een echt prachtige tekening van een schaap in bad, die flink wat badschuim gebruikt. Ook de tekst schroeft de verwachtingen op.
Lola, what's in a name, is de ijdelheid zelf en loopt maar te paraderen met haar glanzende, zijdezachte vacht. Als de schapen naar de kapper moeten is ze in zak en as en wacht ze gespannen tot haar nieuwe wol weer aangroeit.
De lezer die een interessante karakterontwikkeling voorziet en een boeiende confrontatie met de rest van de kudde verwacht wordt helaas teleurgesteld. Wat volgt is een suikerzoet verhaaltje zonder haakjes of opvallend taalgebruik, al blijven de tekeningen geweldig.
Merino - wie zo heet móet natuurlijk wel over schapen tekenen - maakt gebruik van een haast grafische manier van tekeningen opbouwen, die vol grappige details zitten, fantastisch kleurgebruik en fijne lijnen. Ook in haar vorige boek, De koe die in de boom klom,  waren de tekeningen markanter dan de teksten. Wellicht kan Merino samen met een schrijver eens een prentenboek maken.
|Leeftijd: 2+

maandag 29 mei 2017

Landschap

In de weiden grazen
de vreedzame dieren;
de reigers zeilen
over blinkende meren,
de roerdompen staan
bij een donkere plas;
en in de uiterwaarden
galopperen de paarden
met golvende staarten
over golvend gras.
H. Marsman. Uit: Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is. Gedichten voor kinderen van alle leeftijden, gekozen door Tine van Buul en Bianca Stigter. Querido, 2006. 

Bovenstaand gedicht is gepubliceerd met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 22 mei 2017

Annie M.G. Schmidtweek 2017

Marietje was bang voor water en zeep
Marietje van Dalen uit Kreukelendamme,
die hield niet van wassen en hield niet van kammen,
zij hield niet van zeep en zij hield niet van water
en stelde het wassen maar uit tot later.
Van nageltjes knippen was zij nog banger
en haar nageltjes werden hoe langer hoe langer.
O, grutjes, wat was die Marietje vies,
ze leek wel een varken, maar dan ook precies.
En als haar moeder des morgens kwam
met zeep en met water en ook met een kam,
dan ging zij tekeer en begon te gillen
of iemand haar levend wilde villen.
Haar moeder werd boos van al dat gehuil
en riep: Dan blijf je maar altijd vuil!
Maar ga dan maar weg en kom nooit weer,
dan ben jij mijn kleine meisje niet meer.
Die smerige kleine Marietje van Dalen
die ging ervandoor en begon te dwalen
langs alle straten en langs alle wegen,
zij zat vol modder en vieze vegen
en vuile vlekken op iedere wang.
haar kleren leken wel struikgewas
en in haar halsje daar groeide het gras,
het groeide ook op haar ene been
en eindelijk helemaal over haar heen.
en je kon niet meer zien, door al dat gras
dat Marietje van Dalen een meisje was.
En eindelijk groeide ze vast in de grond
waar ze net als een boom op het weiland stond.
De vogeltjes bouwden een nest in haar haren
en langzamerhand kreeg ze takken en blaren.
Het is waar, al lijkt het een nare droom:
Marietje van Dalen is nu een boom.

Dus… meisjes die bang zijn voor zeep en voor water,
die worden allemaal bomen… later.
Annie M.G. Schmidt. Uit: Een vijver vol inkt. De mooiste kindergedichten van Annie M. G. Schmidt. Tekeningen van Sieb Posthuma. Querido, 2011. 
20 mei was ze jarig. Ter nagedachtenis aan de koningin van de Nederlandse jeugdpoëzie bovenstaand gedicht.
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido. 


dinsdag 16 mei 2017

De wind zien

in kriskras van vogels
in schrapzet van haas
in krom op de fiets
in zand uit het niets
in haar uit je ogen
in fladder van jas
in platslag van gras
in rood op je wangen
in meeuwen die hangen
in regen in strepen
in omval, en...

au!
gauw schuilen bij jou
hem dan horen fluisteren:

ik ben de wind, moet je eens luisteren
Kate Schlingemann. Uit: Wondermiddel. Tekeningen Nynke Kuipers. Xanten, 2015. 

maandag 8 mei 2017

Dulle Griet

KEN JE GREET DIE GRIET HEET?
Ze is geboren als Greetje. En ze was ook een Greetje.
Een kind om te knuffelen. Om op te eten.

Tot ze oud genoeg was om stout te worden.
Toen werd ze ook stout. Toen wilde ze alles wat niet mocht. Of kon.
Wandelen over de zee. Helemaal te voet naar Engeland.
Of hoog op een toren zomaar mensen naar beneden duwen.
ÉÉN VOOR ÉÉN.
'Nee!' riep haar vader voortdurend.
'Nee!' gilde haar moeder heel vaak.
'Nee, Greetje, nee, dat kan niet, nee...'
Ze zeiden het na elkaar en ze zeiden het door elkaar.
'NEE! NEE!! NEE!!!!!!'

Maar het hielp niet. Greetje trok er zich niets van aan.
Ze stak haar tong uit en riep, nog veel harder dan haar
vader en moeder samen:
'JAWEL!!!' 
En ze trok alle bloemen uit de grond.

Zo werd Greetje Greet, stoute Greet. En toen werd ze nóg stouter.
En Greet werd Griet, een dulle Griet.
Geert de Kockere. Uit: Dulle Griet. Illustraties Carll Cneut. De Eenhoorn, 2017.
Een eeuwenoud, wereldberoemd schilderij tot leven brengen in een kinderboek, voorwaar geen geringe taak. Het schilderij 'Dulle Griet' van Pieter Bruegel de Oude (1525-1569) hangt momenteel in Museum Mayer in Antwerpen maar was ooit in het bezit van Keizer Rudolf II van Praag en werd later als oorlogsbuit geroofd door de Zweden. Kunstenaars en dichters schreven erover en Dulle Griet kwam zelfs in een Suske en Wiske terecht.
De Kockere en Cneut geven een heel eigen draai aan het personage Dulle Griet. In hun boek is Griet geen heldin maar een meisje dat alleen maar slecht wil, het liefst linea reacta naar de hel. Jammer!
Een gemiste kans, er zijn historische bronnen waaruit het tegendeel spreekt en 'Dulle Griet' zich juist verzet tégen de duivel en zijn trawanten.
Ik vraag me af of een vrouwelijke auteur en illustrator niet eerder uit dit schilderij de krachtvrouw, de uitblinkster, heldin en inspiratiebron zouden hebben gelicht. Zo'n boek zou lezers, vooral de kinderen waarvoor dit boek bedoeld is, meer inspireren en begeesteren dan deze zichzelf en anderen vernietigende feeks (" 'DUIVEL!' riep Griet... 'DUIVEL, HIER BEN Ik! . WIL JE ME HEBBEN?' Maar de duivel antwoordde niet. De duivel antwoordt nooit.")
Tekst en tekeningen vragen een sterke maag en weinig inlevingsvermogen, niet veel kinderen zullen hier plezier aan beleven.
De Kockere en Cneut maakten dit boek al in 2005. Op de Biënnale van Bratislava werd het bekroond met een Gouden Plague. Dit is een heruitgave in nieuwe vormgeving. 

Hier vind je wat achtergrondinformatie over Bruegels schilderij en over Dulle Griet. 

maandag 1 mei 2017

Helemaal aan de rand van mij

Helemaal aan de rand van mijn bed
dwarrelen stukjes dromen.
Ze zijn piepklein en zitten verstopt

tussen de vlokken wol.

Ik raap ze bijeen, ik blaas erop en ik kijk hoe ze
wegwervelen.

Morgen ga ik 

schapenwolkenwonderen.
[...]
Helemaal aan de rand van de verveling
zijn er zoveel ideeën.
Ik kijk geen tv,
ik speel niet met mijn vrienden.
Ik laat de tijd gewoon voorbijgaan.
Morgen ga ik me
verveelpozen.
[...]
Agnès de Lestrade. Uit: Helemaal aan de rand van mij ben jij. Illustraties Valeria Docampo. Vertaling Siska Goeminne. De Eenhoorn, 2017.
Soms is er een prentenboek waar je adem even van stilstaat. Omdat het zo mooi is, zo zachtaardig. Fijn getekend, spannend en onvoorspelbaar.
Dit is zo'n prentenboek. De makers zijn dezelfden als van het prachtige Het land van de grote woordfabriek. Een blauwe beer, helemaal aan de rand, verwondert zich. Over de wereld, de dingen om hem heen, hoe hij zich voelt.
De taal van de Lestrade - overigens erg goed vertaald door Siska Goeminne, dat kan niet gemakkelijk zijn geweest - is fris en nieuw en kronkelt door het alfabet, steeds opnieuw. Mooie verzinwoorden en gedachten om met je kind te volgen. Hoe is het om je te verveelpozen of te betraantreuren?
Wat dan?
Tekst en tekeningen vallen prachtig samen, de originele beelden en gebruikte technieken verrassen op iedere pagina. De tekeningen ogen zo zacht en dat je over de bladzij wilt aaien en een velletje of bolletje wol verwacht te voelen.
Leeftijd 3+





maandag 24 april 2017

De zombietrein en andere stripgedichten

Een vader op een berg
'Op vakantie,'
zegt papa,
'beklom ik een berg.

Het was zwaar,
het was moeilijk,
het was
verschrikkelijk erg.

Maar ik deed het,'
zegt papa,
'en je moeder was
TROTS!

Boven mij de hemel,
onder mij de rots.
En toen op het topje,
(de verrassing van mijn leven)

zag ik een
bundeltje
dromen
zweven.'

En die heb ik toen voor jou meegebracht,
zegt papa.
En hij zegt:

Ik leg er vannacht
eentje onder je kussen.
Er zitten nog een stuk

of wat mooie tussen.

En dan lacht hij, papa,
en ik moet naar bed.
En dan doen we net
of ik geloof dat het
waar is.

Waarom?
Omdat ik,
wanneer hij klaar is
met verzinnen,

hem op en neer zie klauteren,
in mijn hoofd, hier, vanbinnen.
De hele nacht.
En dan slaap ik zo zacht.

Want mijn
vader klimt
in het echt
nog geen
zeven
meter.

En dat is natuurlijk onnoemelijk veel beter:
in plaats van dat mijn vader
op een verre berg staat te juichen
heb ik liever dat hij er hier één
uit zijn duim
zit te zuigen.
Edward van de Vendel. Uit: De zombietrein en andere stripgedichten. Tekeningen Floor de Goede. Querido, 2017.
Het derde stripgedichtenboek van Edward van de Vendel en Floor de Goede, en er zitten weer parels tussen.
Het gedicht hierboven staat in het boek verdeeld over 17 strips; op de linkerpagina smalle, blauwwitte en -zwarte tekeningen van een heftige bergbeklimming door een dik ingepakt mannetje dat ondanks alle gevaren monter naar boven stapt.
Op de rechterpagina volgen gezellige plaatjes van een weltrustenknuffelende vader die zijn dochter naar bed brengt. Tekst en beeld zijn zo met elkaar verweven dat het eigenlijk niet werkt om het een zonder het ander te laten zien.
De gedichten in 'De zombietrein'  gaan, net als in de voorgaande delen 'Opa laat zijn tenen zien' (2008) en 'Draken met stekkers' (2010) over al die grote en kleinere kwesties die in een kinderhoofd kunnen opdoemen: een spooktrein bijvoorbeeld of dat je niet bij iemand thuis durft te gaan spelen omdat zijn vader zo groot en eng is.
Of dat je je afvraagt of je je oma, als je haar uitzwaait, zelf laat verdwijnen met een soort onzichtbare verdwijnknop (ook al weet je best dat het niet waar is.) En over drie zusjes die de baby bij Sinterklaas willen inruilen omdat hij altijd ligt te huilen.

Stripgedichten werken anders dan de 'gewone' gedichten die we van Van de Vendel kennen.
Zijn vakmanschap piept er aan alle kanten uit, maar de teksten ogen kort en simpel, ook al gaan ze over niet-simpele dingen. Ze rijmen (soms een tikje dwingend) en bieden op een toegankelijke manier fijne, soms vileine inkijkjes in kinderhoofden of papa- of mamahoofden.
Gedichten voorlezen is altijd een goed idee, maar hier zeker: door ze hardop te lezen komen cadans en rijm veel beter uit de verf.  Floor de Goede speelt heerlijk met sferen en humeuren in zijn beelden, nu eens zachtpastel, dan weer spannend en griezelig of bijna Libelleachtig-gezellig, zoals bij het babyruilgedicht.
Dit is 'gewoon' een stripboek, met leuke, grappige plaatjes en tekstjes waar je om kunt lachen. Maar dan wel een heel goed gemaakt stripboek, waar kinderen lekker lang over na kunnen denken als ze willen.

Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

woensdag 12 april 2017

Het heel grote vogelboek

Straks de vogels, maar eerst het ei
Wat was er eerder, de kip of het ei?
De kip natuurlijk, want die legt het ei. Het ei natuurlijk,
want daar kruipt een kippenkuikentje uit.

Ja, maar wie heeft dat ei eenentwintig dagen daarvoor dan gelegd? De paashaas?
Nee, de kip natuurlijk.

Zo kun je lekker bezig blijven zonder een antwoord te
vinden. Daarom geven wij dat antwoord maar, zodat je
daarna rustig de tijd hebt voor dit boek. Een boek met
een lange geschiedenis. Niet zo lang als die van de kip
en het ei, maar wel lang genoeg om de oma van de oma van
jouw oma een hand te kunnen geven.

GOED.
De kip of het ei?
Het enige juiste antwoord is: het ei. Vogels, dus ook kippen,
stammen af van de dinosauriërs, en de dino's legden
eieren. Die dino-eieren werden bedekt met bladeren en
aarde...Hoe het daarna gegaan is weet niemand zeker, maar
het staat vast dat sommige dinosauriërs veren kregen.
En ook staat vast dat er dinosauriërs waren die op hun eieren
gingen zitten... De eerste vogel was dus een vliegende dino.
Een eierleggende, met veren bedekte dino, die op een nest
met eieren ging zitten. Eerst was er dus het ei, en miljoenen
en miljoenen jaren later pas een kip.
Bibi Dumon Tak. Uit: Het heel grote vogelboek. Lannoo en Koninklijke Bibliotheek Den Haag, 2017.
Zo, als hierboven, begint Het heel grote vogelboek: vrolijk, persoonlijk, luchtig en informatief, zoals we van Bibi Dumon Tak gewend zijn in haar eerdere dierenboeken, bijvoorbeeld  het met een Gouden Griffel bekroonde Winterdieren.
Maar dit heel grote vogelboek is niet nieuw. De teksten zijn wél nieuw, maar de platen, de tekeningen zijn honderden jaren oud. Het oorspronkelijke boek werd namelijk gemaakt tussen 1770 en 1829, door natuurkenner Christiaan Sep, zijn zoon Jan Christiaan en vogelonderzoeker Cornelis Nozeman. Omdat het zo lang duurde voor het boek klaar was stuurden de makers steeds een hoofdstuk naar hun klanten, als een abonnement op een tijdschrift.
Een hoofdstuk was een of twee vogelplaten plus beschrijving. Na 59 jaar waren er 200 vogels verzameld op 250 platen. Welke vogels ze kozen? Dat was eigenlijk heel toevallig: de vogels die het eerste bij meneer Nozeman werden aangeleverd, want de vogels moesten dood zijn voordat ze getekend konden worden. Dus het grote vogelboek is een best wel wonderlijk allegaartje van allerlei soorten vogels door elkaar.
Ook dit nieuwe vogelboek is een mengeling van vogels. Dertig staan erin, van de oorspronkelijke 200, al legt niemand uit waarom nou precies déze dertig zijn gekozen. Bij elke vogel staat een prettig leesbaar verhaaltje over zijn leven en manier van doen, d
e magistrale tekeningen zijn een feest om naar te kijken, de vormgeving is prachtig retro.
Fijn boek , niet alleen voor vogelliefhebbers maar ook voor kinderen die meer van een bepaalde vogel willen weten, bijvoorbeeld voor een spreekbeurt. Hopelijk schaft elke basisschool dit boek aan. 

maandag 27 maart 2017

Jij met mij

Vis is vies
Vis is vies
En wou zich wassen
Wou zich wissen
Wou zich wassen
Wou zich plissen plessen plassen

Al haar schubben
Wou ze schrobben
Schubben schrobben
In de tobbe
Om zich schoon te wissen wassen

Visje, visje,
Visje mijn
Wist je, wist je
Dat een vis nooit vies kan zijn?
Visjes vies
Zijn heel gewoon
Altijd goed gewassen
Schoon.
Robbert-Jan Henkes. Uit: Jij met mij. Tekeningen Marga van den Heuvel. Querido, 2017.
Hoera, alweer een nieuwe bundel met jeugdpoëzie.
De auteur die vorig jaar de veelgeprezen vertaling annex bloemlezing 'Bij mij op de maan' met Russische kindergedichten afleverde brengt dit keer eigen werk dat minstens zo absurdistisch en zingend is. Henkes, vertaler van Tarkovski en, samen met Erik Bindervoet, de Beatles, Bob Dylan, Shakespeare en  James Joyce, houdt vaart in deze originele bundel met gedichten vol muzikaliteit, geslaagde woordspelingen en taalgekkigheid zoals hierboven. Soms wordt dat opzeggerig als in 'Wat doen de leeuwen? Ze geeuwen, ze geeuwen. Wat doen de spreeuwen? Ze geeuwen, ze geeuwen. En de meeuwen? Ze geeuwen, ze geeuwen.' maar vaker wandel je door een vrolijk kinderlijk universum vol onverwachte wendingen zoals een linoleumzee waar stoer wordt gevaren in 'storm en beestenweer'. Dit zijn gedichten om voor te lezen, genietend zingsprekend en tongbrekend.
De dromerige illustraties, veelal in zachte pasteltinten, mikken op een jong publiek, en passen met een stoet aan aandoenlijke beesten wonderwel bij de teksten.
Helemaal geen kritiek? Toch wel, de titel had pittiger gemogen, deze is te nietszeggend voor zo'n leuke bundel.

Leeftijd: 4+
  

maandag 20 maart 2017

Lente

Ik weet dat de lente komt,
ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt.
Waarom? Waarom? Waarom?
Wie heeft je dat verteld?

De lammetjes, de lammetjes.
Wie heeft je dat verteld?
De lammetjes in het veld.

Ik weet dat de lente komt.
Ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt.
O ja? O ja? O ja?
Wie heeft je dat gezegd?

De bloemetjes, de bloemetjes.
Wie heeft je dat gezegd?
De bloemetjes langs de weg.

Ik weet dat de lente komt,
ik weet het nu heel zeker.
Ik weet dat de lente komt.
Echt waar? Echt waar? Echt waar?
Wie kwam met dat gerucht?

De vogeltjes, de vogeltjes.
Wie kwam met dat gerucht?
De vogeltjes in de lucht.
Koos Meinderts. Uit: De liedjesalmanak. Lente & zomer. Ill. Annette Fienieg. Rubinstein, 2014.

dinsdag 14 maart 2017

Denk dag doen

Optimist
Altijd ben ik te laat:
voor het eten, de les,
mijn klusjes, zodat mijn
moeder mijn bed opmaakt,
de meester zucht en ik
de aardappelen koud maak.

Hoe het komt, weet ik niet.
Ik wil heus, ik kijk op
de klok, zorg dat ik opschiet,
maak plannen en lijstjes,
leg alles vooraf klaar,
maar niemand die het ziet.

Mijn mam zegt kalm:
´Je bent een optimist,
je doet meer dan de tijd
toelaat, jij denkt dat de
wereld in een uur past en
talloos in een tel gaat.´

Nu zoek ik opgewekt
een list voor overmoed.
Daarna komt het heus goed.
Margreet Schouwenaar. Uit: Denk dag doen. Illustraties Esther Miskotte. Clavis, 2016.
Een prentenboekbundel vol nostalgische, beschouwende kindergedichten over dood en afscheid nemen, thuis zijn, zich afvragen waar woorden en wolken vandaan komen en naar toe gaan en of bomen eigenlijk ooit aan verdwalen denken.
Margreet Schouwenaar, stadsdichter van Alkmaar na Joost Zwagerman, speelt graag met woorden en afbrekingen, met veellagige betekenissen en fundamentele kindervragen. Ritme en rijm gaan her en der hun gang door de gedichten, soms voorspelbaar, op andere momenten verrassend.
De tekeningen laten een kalme, gerustsellend overzichtelijke kinderwereld vol  zachte kleuren en vormen zien, die aansluiten bij de tekst. Kat op de stoep, beer in bed, koe in de wei. Niks vernieuwends, maar een lieve, prettige voorleesbundel.

maandag 6 maart 2017

Eén gedicht is nooit genoeg

Opnieuw
Eén gedicht is nooit genoeg -
tienduizend evenmin.
Het moet opnieuw, opnieuw,
opnieuw moet iemand schrijven
hoe verliefd, verdrietig, blij
hij - steeds opnieuw moet iemand
daar woorden voor zoeken en
die moeten bij elkaar zoals
ze nog nooit hebben gestaan.

Iemand moet dit lezen.
Steeds opnieuw
voor het eerst.
Kees Spiering. Uit: Ik zoek een woord. 167 gedichten over taal om van A tot Z te verslinden. Gekozen door Hans en Monique Hagen. Illustraties Deborah van der Schaaf. Querido, 2013. 
Dit gedicht is gepubliceerd met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

maandag 27 februari 2017

Alle dieren drijven

Op een dag deed ik mijn ogen eens goed open.
Ik keek.
Ik schrok.
En ik begon te roepen.
Rommelmakers! Ruziekzoekers! Rotzooitrappers!
Fluitende speren vlogen in het rond.
Kerels als beren rolden over de grond.
Hé! Hallo... HALLO!!!
Maar niemand wilde naar me luisteren. 

'Ik wel'.

Een man met een baard.
Een man zonder angst.
Een man zonder schild.
Een man zonder zwaard!

Kun jij mij zien? vroeg ik verbaasd.
'Doet dat ertoe?'

Hij klonk eigenwijs.
Ik besloot dat ik deze man aardig vond.
Gideon Samson. Uit: Alle dieren drijven. Tekeningen Annemarie van Haeringen. Leopold, 2017. Naar: Noah und die grosse Flut, oorspronkelijk verschenen in 2017 bij Gerstenberg Verlag.
Een verademing, dit boek, na alle eerdere zondvloedboeken die ooit zijn verschenen. Geschreven en gezien vanuit God, dat was nog niet eerder gedaan. De uitgebeende teksten zijn verrukkelijk eigenzinnig en spannend en steeds net een slag verder dan waar je in gedachten gebleven was in het verhaal. Het slot is ronduit briljant. Schrijver Gideon Samson heeft echt iets moois gemaakt bij de tekeningen van Annemarie van Haeringen, die oorspronkelijk bij een Duitstalig boek horen dat voor Nederlandse begrippen al te braaf was.
Ook de tekeningen van Van Haeringen overtreffen eerdere Noachboeken. Ze zijn grappig, sfeerbepalend en verbeelden op magistrale wijze de onderliggende lagen in het bekende bijbelverhaal: de eenzaamheid, de onbegonnenheid van Noachs taak, de praktische bezwaren die al die dieren in zo'n kleine ruimte bij elkaar zouden hebben kunnen opleveren. Zitten al die vogels in kooitjes, bijvoorbeeld? Hebben de flamingo's, eenden en pinguins eigenlijk een teiltje water om in te badderen? En hoeveel poep moeten de mensen in de ark elke dag wel niet scheppen, met zulke enorme dieren als olifanten, reuzenbizons, grizzlyberen en neushoorns aan boord?
Dit boek is een serieuze kanshebber voor Woutertje Pieterse Prijs, Griffel en Penseel. 
Leeftijd: 3+

maandag 20 februari 2017

Dit is voor jou

Van alle dingen vond ik
tekenen het leukst.
Maar een vel papier
was meestal te klein.

En op straat liepen de mensen er gewoon overheen.

Eindelijk vond ik een plek waar ruimte was.
Maar toen mijn tekening bijna af was,
begon het te regenen.
Sanne te Loo. Uit: Dit is voor jou. Lemniscaat, 2017.
Het jongetje ontmoet op dat desolate industrieterrein schilder Anselmo, die hem in zijn atelier nodigt. Hij mag er tekenen en schilderen wat hij wil en helpt Anselmo bij zijn doeken.
Tot de oude man teruggaat "naar de plek waar hij ooit thuis was. 'Naar het land van de papegaaien?' vroeg ik? Anselmo knikte."
Lief verhaal over hoe generaties van elkaar kunnen leren, hoe talent ruimte en begeleiding nodig heeft, over hoe alles verandert maar soms toch ook niet. Te Loo buit haar realistische tekenstijl in dit boek uit in kleurrijke, verfijnde, warme prenten. Op een van de pagina's staat een stapel boeken afgebeeld van allerhande kunstenaars en schilders, zonder twijfel Te Loo's eigen voorbeelden en rolmodellen. 

maandag 13 februari 2017

Zot van Zee. Poëzie tussen eb en vloed.

Tij
Het stormt,
we steken scheppen in de woeste waterbek.
Dat maakt niet uit - de oceaan wordt
langzaamaan schuimend gek.
Kon hij de vloed niet aan?
Kreeg hij hoofdpijn van de maan?
Met waterige tanden
spuugt hij golven op het land:
het zand pakt alles samen,
knijpt zijn korrels tot een strand
en hoopt dat het gaat ebben.
En wij?
Wij willen nog niet gaan,
wij hebben een kasteel
om naast te blijven staan.
Edward van de Vendel. Uit: Betrap me. Querido, 1996.

Liefdeslied
Als je het gezang van een walvis
in de lente, veertien maal versnelt

hoor je een lieflijke vogel.

Bij normale snelheid klinkt
zijn liefdeslied zoals je nooit hoorde
droevig en gelukkig tegelijk.


Elke week veranderen de vissen
een kleinigheid en de volgende lente
zingen ze een totaal nieuw lied.


Mensen vingen het geluid onder water
weerkaatst door onderzeese bergen.

Zij hesen het omhoog en legden het vast

op een slap plastic plaatje dat ik vond
in een tweedehands boek.

Het was oud en de naald ruiste

maar ik hoorde het gezang
van verliefde reuzen
tussen biologisch commentaar.

Ook stuurden ze de klanken
die eeuwen diep in de zeeën
hadden geklonken hoog in de ruimte.

Over honderdduizend jaar vindt
een intelligente krekel de platina plaat.
Hij zoekt de sleutel en verstaat het

in zijn eigen digitale taal.
Hij wordt verliefd op een walvis
verdwenen in tijd en ruimte.
Remco Ekkers. Uit: Haringen in de sneeuw, Leopold, 1984. 
Bovenstaande gedichten komen uit: Zot van Zee. Poëzie tussen eb en vloed. Verzameld door Jan van Coillie, geïllustreerd door Sabien Clement, Korneel Detailleur, Esther Platteeuw, Pieter van Eenoge en Kaas Verplancke. Exclusieve uitgave van de Maatschappij van de Brugse Zeehaven, 2017.

Een verzamelbundel met gedichten over de zee als een vlammende prima donna, de duinen als ridders van zand, een storm in de afwasbak, zeemeerminnen en dansende kwalletjes geschreven door een stoet van ruim veertig dichters, waaronder grote namen als Lucebert, Guillame van der Graft, Mensje van Keulen en Hans Andreus zie je niet vaak.
Selectiecriterium van samensteller Jan van Coillie was om de allermooiste en fantasierijkste gedichten te vinden over zee en strand: "een kinderlijke blik van verwondering en bewondering"schrijft van Coillie in zijn nawoord "waardoor de zon een mannequin wordt, de zee buldert van het lachen en de blauwe kwalletjes dansen op de schitterende muziek van de zee... een taalspel... een ode aan de verbeelding."
Het resultaat is een waar feest voor liefhebbers van zowel poëzie als de zee. Gedichten gaan bondjes met elkaar aan, reageren of botsen op elkaar, nergens wordt het voorspelbaar, niks is saai of 'gewoon'. 

De dichters, waarvan velen ook of alleen maar voor kinderen schrijven, zijn prachtig bij elkaar gezocht, vaak met  oude of onbekendere gedichten die gelukkig zijn opgediept uit lang geleden uitgegeven boeken. De illlustraties door een keur van Vlaamse tekenaars zijn ronduit fantastisch. Zo moet (jeugd)poëzie zijn.
Dit is, gok ik, wat Thomas de Veen van NRC in zijn artikel  'Sorry maar kinderpoëzie moet echt beter' bedoelt. 


Helaas is het boek niet in de winkel te koop. De uitgave is bedoeld om jongeren te inspireren over het onderwerp haven en zee en om de Zeehaven van Brugge onder hun aandacht te brengen.

maandag 6 februari 2017

Ahoy. Gedichten over wilde dromen, klein geluk en groot gevoel

In de klas
Ik moet slim zijn en rustig,
aandachtig en stil.
Toch is rennen en lachen
al wat ik wil.

In mijn hoofd zingt een lied,
in mijn buik borrelt vuur.
Het zwermt uit naar mijn benen
met zo'n honderd per uur.

Als ik kon, was ik braver
dan Imen of Hans.
Maar ik kan het niet helpen
dat mijn lijf roept:

spring!
vlieg!
dans!
Reine de Pelseneer. Prenten van Ann de Bode. De Eenhoorn, 2017.
In dit boek staan bijna zestig kindergedichten in taal zonder artistieke pretenties en onderverdeeld in hoofdstukken als 'Het tintelt in mijn tenen' (over vakantie, warme zomernachten en geluk), 'Wij horen bij elkaar' (familie) en 'Aan de kant tegen de muur' (je buitengesloten voelen).
Herkenbare gebeurtenissen van alledag in duidelijke, eenvoudig rijmende verzen en met begrijpelijke, kleurige tekeningen erbij, die soms ouderwets en stijf aandoen.
Voor school en thuis, ook voor kinderen uit andere culturen dan de West-Europese.

Leeftijd 6+ 

maandag 30 januari 2017

Gewoon een droom. Droomgedichten en nachtgedachten.

Niet waar
Het was niet waar.
Ik wist het toen ik wakker werd.
De olifant die vannacht
in zacht maanlicht
een droevig deuntje trompetterde
onder mijn raam:
gewoon een droom!
Maar even later op de fiets
niets dan kuilen op het pad.
En was dat daar op de stoep
niet net wat groot
voor hondenpoep?
Linda Vogelesang. Uit: Gewoon een droom. Droomgedichten en nachtgedachten. Illustraties Marco Faasen. Querido, 2017.
De gedichten in Linda Vogelesangs debuut Gewoon een droom - voor kinderen en volwassenen herkenbare, opgewekte, dromerige observaties - zijn 
feestjes van taalplezier, ritme en binnenrijm.  Door de thematische aanpak van 'dromen' en 'nacht', ontstaat een sterke eenheid in plaats van, zoals in de meeste jeugdpoëziebundels, een losse verzameling van gedichten. Vogelesang levert ambachtelijk werk, al zou ze hier en daar de poëtische dwarrelgedachten verder mogen doortrekken. De illustraties van grafisch ontwerper en illustrator Marco Faasen, sepiakleurige foto's van collages, vormen een spannend en ongewoon beeld naast de gedichten. Maar soms zijn ze ook macaber en voor kinderen  minder geschikt. Prachtig is dan weer het ijzersterke omslag. Je wilt meteen gaan lezen.Fijn dat er - sporadisch - weer jeugdpoëzie uitkomt bij gerenommeerde uitgeverijen. 
Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido. 

maandag 23 januari 2017

Ik wil een LEEUW!

Op een dag werd Sjuul wakker.
Het was stil in huis.
En eigenlijk ook best saai.
Ineens wist hij het: hij wilde een beest.
Een huisdier.
Vandaag nog!

En hij wist precies wat voor beest...

'IK WIL EEN LEEUW!'
brulde Sjuul.
'Een leeuw met wapperende manen,
sterke kaken en scherpe klauwen.
Een leeuw om mee te stoeien
en de buurvrouw te laten schrikken.'

'Geen denken aan,' zei mama.
'Een leeuw is veel te gevaarlijk.
Die verslindt alle vogels in de tuin.
En daarna de postbode. In één hap!'

'Nee hoor, geen leeuw,' zei mama.
'Een wandelende tak mag je.
Die eet alleen blaadjes.'

Maar Sjuul wilde geen wandelende tak.
[...]
Annemarie  van der Eem. Uit: Ik wil een leeuw!. Tekeningen Mark Janssen. Lemniscaat, 2017.
Sjuul is een slim jongetje en kent zijn moeder goed. Hij vraagt haar eerst om een leeuw. Daarna zeurt hij om een nijlpaard, en een aap. Een baviaan, gorilla of orang-oetan, dat maakt hem niet uit.
Maar mama zegt steeds 'nee'.
Een geit dan? vraagt Sjuul, of desnoods een papegaai?
Grappige twist in een voorleesverhaal voor jonge kinderen, die zich vast in Sjuul zullen herkennen. Leuke tekstvondsten, al is de taal hier en daar een beetje voorspelbaar.
Opvallend aan de tekeningen in dit mooi uitgevoerde prentenboek is het zeer warme, rijke kleurgebruik. De kleuren spatten van de pagina's af en weerspiegelen steeds opnieuw de stemmingen van Sjuul.

Leeftijd: 3+

woensdag 18 januari 2017

Arme Rijk

Er was eens, in een donkergrijs verleden
een arme jongeman. Zijn naam was Rijk.
Hij woonde in een huisje langs een dijk.
en deed wat alle arme mensen deden:
hij hakte hout, hij maakte vuur, hij bakte donker brood
en waste elke week zijn vuile kleren in de sloot.
[...]
De arme Rijk was moe, hij had de  hele dag gelopen.
Daar stond hij, op een heuvel, in zijn nat geworden jas
vol ongestopte gaten en met veel te weinig knopen.
[...]
Daar zat hij, aan de koninklijke tafel.
Er werden eenden opgediend, gevuld met verse munt.
En reepjes rauwe biefstuk van de haas en van het rund.
Rijk nam een hapje gemberwortelwafel
met venkelzaad en verse mayonaise
van heggenmusseneitjes uit de koninklijke heg.
[...]
Bette Westera. Uit: Arme Rijk. Illustraties Sylvia Weve. Gottmer, 2016.
Parelender dan dit kan taal niet worden. Bette Westera is de gekroonde koningin van de hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Veelkleurig, sprankelend en ritmisch,  nergens vervallend in clichés of voorspelbare beelden, rijgt ze haar verhaal over arme Rijk aan elkaar.
Sylvia Weve vertelt in de prenten haar eigen versie van Rijks reis door het koninkrijk, eveneens in originele, nergens voorspelbare platen en tekeningen. Dit duo kan nog jaren door zo. Rijks reis eindigt ietwat abrupt en met een duidelijke moraal. Toch eventjes voorspelbaar. 

maandag 9 januari 2017

Een. Twee levens. Twee zussen. Een keuze. Sarah Crossan

Het einde van de zomer
De adem van de zomer koelt langzaam af.
De inkt van de nacht komt steeds vroeger.
En vanuit het niets
kondigt mijn moeder aan dat Tippi en ik
niet langer thuis les zullen krijgen.
´In september
gaan jullie naar school
zoals iedereen,´ zegt ze.

Ik reageer nauwelijks.

Ik luister
en knik
en trek aan een los draadje in mijn trui
tot er een knoop

op de grond valt.

Maar Tippi blijft niet rustig.

Ze ontploft:
´Dat méén je niet!
Zijn jullie gek geworden?´ schreeuwt ze.
En ze maakt urenlang ruzie met onze ouders.
Ik luister
en knik
en bijt op de velletjes van mijn nagels
tot ze

bloeden.

Uiteindelijk wrijft mijn moeder over haar slapen
en zegt dan ronduit:
´De bijdragen van alle weldoeners zijn op
en we hebben geen geld voor thuisonderwijs.
Jullie weten dat je vader nog geen werk heeft
en oma´s pensioen
is niet eens genoeg om de kabel-tv van te betalen.´

´Jullie zijn niet goedkoop,´ voegt mijn vader eraan toe.
Sarah Crossan. Uit: Een. Twee levens. Twee zussen. Een keuze. Pepperbooks, 2016.
Grace en Tippi zijn een Siamese tweeling van bijna zeventien. Ze weten niet beter dan dat ze altijd samen zijn. Als ze op een dag naar school moeten verandert hun leven ingrijpend. Maar dat is niet het enige dat er verandert.

Zelden las ik een boek dat me zo meenam, me zo de adem benam, me zo dichtbij de personages bracht. Dit boek laat je tot in je haarvaten voelen hoe het is om een Siamese tweeling te zijn, te worden aangestaard, te voelen dat je twee personen in een lichaam bent. Intelligent, poetisch en indringend relaas. 

maandag 2 januari 2017

Mooi leven van Sjoerd Kuyper

Wat ik deed vandaag
Ik ga vandaag lang kijken naar de zee,
een boek schrijven waar alles in staat,
praten met mijn vader tot ik ouder ben dan hij,

thee zetten voor mijn moeder
en haar zeggen wie ik ben,
vertellen wat ik heb gedaan vandaag,

dat ik lang keek naar de zee,
een boek schreef waarin alles stond
en praatte met mijn vader tot ik ouder was dan hij

en ik heb thee voor je gezet, hier is je thee,
ik ben je zoon, je oudste zoon,
ik heb lang naar de zee gekeken,

de horizon was scherp vandaag, zo scherp
dat elk kind zich eraan zou snijden.
Sjoerd Kuyper. Uit: Mooi leven. Schilderijen Margje Kuyper. Hoogland & Van Klaveren, 2016.
Een oude(re)  man kijkt in korte, melancholieke gedichten terug op zijn leven, praat in gedachten met zijn ouders en zijn geliefde, schrijft over het leven maar vooral over de dood en over en tegen zijn vrienden.
De schilderijen naast de gedichten in dit boek zijn landschappen door de vrouw van de dichter geschilderd. De gedichten roepen verlangen wakker bij de lezer, de beelden minder. Of er een sfeerovereenkomst is tussen gedichten en schilderijen valt moeilijk vast te stellen, en zal vast zeer persoonlijk zijn.